| Statenvertaling (Dutch) (SVV) | New International Version (NIV) |
| 18 Toen sprak zij, zeggende: In voortijden spraken zij gemeenlijk, zeggende: Zij zullen zonder twijfel te Abel vragen; en alzo volbrachten zij het. | 18 She continued, "Long ago they used to say, 'Get your answer at Abel,' and that settled it. |
| 19 Ik ben een van de vreedzamen, van de getrouwen in Israel, en gij zoekt te doden een stad, die een moeder is in Israel; waarom zoudt gij het erfdeel des HEEREN verslinden? | 19 We are the peaceful and faithful in Israel. You are trying to destroy a city that is a mother in Israel. Why do you want to swallow up the LORD's inheritance?" |
| 20 Toen antwoordde Joab, en zeide: Het zij verre, het zij verre van mij, dat ik zou verslinden, en dat ik zou verderven. | 20 "Far be it from me!" Joab replied, "Far be it from me to swallow up or destroy! |
| 21 De zaak is niet alzo; maar een man van het gebergte van Efraim, wiens naam is Seba, de zoon van Bichri, heeft zijn hand opgeheven tegen den koning, tegen David; lever hem alleen, zo zal ik van deze stad aftrekken. Toen zeide de vrouw tot Joab: Zie, zijn hoofd zal tot u over den muur geworpen worden. | 21 That is not the case. A man named Sheba son of Bicri, from the hill country of Ephraim, has lifted up his hand against the king, against David. Hand over this one man, and I'll withdraw from the city." The woman said to Joab, "His head will be thrown to you from the wall." |
| 22 En de vrouw kwam in tot al het volk, met haar wijsheid; en zij hieuwen Seba, den zoon van Bichri, het hoofd af, en wierpen het tot Joab. Toen blies hij met de bazuin, en zij verstrooiden zich van de stad, een iegelijk naar zijn tenten; en Joab keerde weder naar Jeruzalem tot den koning. | 22 Then the woman went to all the people with her wise advice, and they cut off the head of Sheba son of Bicri and threw it to Joab. So he sounded the trumpet, and his men dispersed from the city, each returning to his home. And Joab went back to the king in Jerusalem. |
| 23 Joab nu was over het ganse heir van Israel; en Benaja, de zoon van Jojada, over de Krethi en over de Plethi; | 23 Joab was over Israel's entire army; Benaiah son of Jehoiada was over the Kerethites and Pelethites; |
| 24 En Adoram was over de schatting; en Josafat, de zoon van Ahilud, was kanselier; | 24 Adoniram was in charge of forced labor; Jehoshaphat son of Ahilud was recorder; |
| 25 En Seja was schrijver; en Zadok en Abjathar waren priesters. | 25 Sheva was secretary; Zadok and Abiathar were priests; |
| 26 En ook was Ira, de Jairiet, Davids opperofficier. | 26 and Ira the Jairite was David's priest. |
| The Dutch Staten Vertaling translation is in the public domain. (Staten Vertaling - Dutch Holy Bible Online) | Scripture quoted by permission. Quotations designated (NIV) are from THE HOLY BIBLE: NEW INTERNATIONAL VERSION®. NIV®. Copyright © 1973, 1978, 1984 by Biblica. All rights reserved worldwide. (New International Version Bible Online) |