Zacharia 2:6-13 SVV/NIV - Online Parallel Bible

 
  Search
Statenvertaling (Dutch) (SVV) New International Version (NIV)
6 Hui, hui, vliedt toch uit het Noorderland, spreekt de HEERE; want Ik heb ulieden uitgebreid naar de vier winden des hemels, spreekt de HEERE. 6 "Come! Come! Flee from the land of the north," declares the LORD, "for I have scattered you to the four winds of heaven," declares the LORD.
7 Hui, Sion! ontkomt gij, die woont bij de dochter van Babel! 7 "Come, O Zion! Escape, you who live in the Daughter of Babylon!"
8 Want zo zegt de HEERE der heirscharen: Naar de heerlijkheid over u, heeft Hij mij gezonden tot die heidenen, die ulieden beroofd hebben; want die ulieden aanraakt, die raakt Zijn oogappel aan. 8 For this is what the LORD Almighty says: "After he has honored me and has sent me against the nations that have plundered you--for whoever touches you touches the apple of his eye--
9 Want ziet, Ik zal Mijn hand over henlieden bewegen, en zij zullen hunnen knechten een roof wezen. Alzo zult gijlieden weten, dat de HEERE der heirscharen mij gezonden heeft. 9 I will surely raise my hand against them so that their slaves will plunder them. Then you will know that the LORD Almighty has sent me.
10 Juich en verblijd u, gij dochter Sions; want zie, Ik kom, en Ik zal in het midden van u wonen, spreekt de HEERE. 10 "Shout and be glad, O Daughter of Zion. For I am coming, and I will live among you," declares the LORD.
11 En vele heidenen zullen te dien dage den HEERE toegevoegd worden, en zij zullen Mij tot een volk wezen; en Ik zal in het midden van u wonen; en gij zult weten, dat de HEERE der heirscharen mij tot u gezonden heeft. 11 "Many nations will be joined with the LORD in that day and will become my people. I will live among you and you will know that the LORD Almighty has sent me to you.
12 Dan zal de HEERE Juda erven voor Zijn deel, in het heilige land, en Hij zal Jeruzalem nog verkiezen. 12 The LORD will inherit Judah as his portion in the holy land and will again choose Jerusalem.
13 Zwijg, alle vlees, voor het aangezicht des HEEREN! want Hij is ontwaakt uit Zijn heilige woning. 13 Be still before the LORD, all mankind, because he has roused himself from his holy dwelling."