Parallel Bible results for 1 Corinthiërs 7:11-21

Statenvertaling (Dutch)

New International Version

1 Corinthiërs 7:11-21

SVV 11 En indien zij ook scheidt, dat zij ongetrouwd blijve, of met den man verzoene; en dat de man de vrouw niet verlate. NIV 11 But if she does, she must remain unmarried or else be reconciled to her husband. And a husband must not divorce his wife. SVV 12 Maar den anderen zeg ik, niet de Heere: Indien enig broeder een ongelovige vrouw heeft, en dezelve tevreden is bij hem te wonen, dat hij ze niet verlate. NIV 12 To the rest I say this (I, not the Lord): If any brother has a wife who is not a believer and she is willing to live with him, he must not divorce her. SVV 13 En een vrouw, die een ongelovige man heeft, en hij tevreden is bij haar te wonen, dat zij hem niet verlate. NIV 13 And if a woman has a husband who is not a believer and he is willing to live with her, she must not divorce him. SVV 14 Want de ongelovige man is geheiligd door de vrouw, en de ongelovige vrouw is geheiligd door den man; want anders waren uw kinderen onrein, maar nu zijn zij heilig. NIV 14 For the unbelieving husband has been sanctified through his wife, and the unbelieving wife has been sanctified through her believing husband. Otherwise your children would be unclean, but as it is, they are holy. SVV 15 Maar indien de ongelovige scheidt, dat hij scheide. De broeder of de zuster wordt in zodanige gevallen niet dienstbaar gemaakt; maar God heeft ons tot vrede geroepen. NIV 15 But if the unbeliever leaves, let him do so. A believing man or woman is not bound in such circumstances; God has called us to live in peace. SVV 16 Want wat weet gij, vrouw, of gij den man zult zalig maken? Of wat weet gij, man, of gij de vrouw zult zalig maken? NIV 16 How do you know, wife, whether you will save your husband? Or, how do you know, husband, whether you will save your wife? SVV 17 Doch gelijk God aan een iegelijk heeft uitgedeeld, gelijk de Heere een iegelijk geroepen heeft, dat hij alzo wandele; en alzo verordene ik in al de Gemeenten. NIV 17 Nevertheless, each one should retain the place in life that the Lord assigned to him and to which God has called him. This is the rule I lay down in all the churches. SVV 18 Is iemand, besneden zijnde, geroepen, die late zich geen voorhuid aantrekken; is iemand, in de voorhuid zijnde, geroepen, die late zich niet besnijden. NIV 18 Was a man already circumcised when he was called? He should not become uncircumcised. Was a man uncircumcised when he was called? He should not be circumcised. SVV 19 De besnijdenis is niets, en de voorhuid is niets, maar de onderhouding der geboden Gods. NIV 19 Circumcision is nothing and uncircumcision is nothing. Keeping God's commands is what counts. SVV 20 Een iegelijk blijve in die beroeping, daar hij in geroepen is. NIV 20 Each one should remain in the situation which he was in when God called him. SVV 21 Zijt gij, een dienstknecht zijnde, geroepen, laat u dat niet bekommeren; maar indien gij ook kunt vrij worden, gebruik dat liever. NIV 21 Were you a slave when you were called? Don't let it trouble you--although if you can gain your freedom, do so.