Joël 3:17-21

17 En gijlieden zult weten, dat Ik de HEERE, uw God ben, wonende op Sion, den berg Mijner heiligheid; en Jeruzalem zal een heiligheid zijn, en vreemden zullen niet meer door haar doorgaan.
18 En het zal te dien dage geschieden dat de bergen van zoeten wijn zullen druipen, en de heuvelen van melk vlieten, en alle stromen van Juda vol van water gaan; en er zal een fontein uit het huis des HEEREN uitgaan, en zal het dal van Sittim bewateren.
19 Egypte zal tot verwoesting worden, en Edom zal worden tot een woeste wildernis, om het geweld, gedaan aan de kinderen van Juda, in welker land zij onschuldig bloed vergoten hebben.
20 Maar Juda zal blijven in eeuwigheid, en Jeruzalem van geslacht tot geslacht.
21 En Ik zal hunlieder bloed reinigen, dat Ik niet gereinigd had; en de HEERE zal wonen op Sion.

Joël 3:17-21 Meaning and Commentary

INTRODUCTION TO JOEL 3

This chapter, which some make the fourth, contains a prophecy of God's judgments on all the antichristian nations at the time of the Jews' conversion, and the reasons of them, Joe 3:1-3; a threatening of Tyre and Zidon, by way of retaliation, for carrying the riches of the Jews into their temples, and selling their persons to the Greeks, Joe 3:4-8; an alarm to prepare for the battle of Armageddon, or the destruction that shall be made in the valley of Jehoshaphat, Joe 3:9-15; and after that an account of the happy state of the church of Christ, their safety and security, plenty, prosperity, and purity, to the end of the world, Joe 3:16-21.

The Dutch Staten Vertaling translation is in the public domain.