Parallel Bible results for Johannes 19:28-42

Statenvertaling (Dutch)

New International Version

Johannes 19:28-42

SVV 28 Hierna Jezus, wetende, dat nu alles volbracht was, opdat de Schrift zou vervuld worden, zeide: Mij dorst. NIV 28 Later, knowing that everything had now been finished, and so that Scripture would be fulfilled, Jesus said, “I am thirsty.” SVV 29 Daar stond dan een vat vol ediks, en zij vulden een spons met edik, en omlegden ze met hysop, en brachten ze aan Zijn mond. NIV 29 A jar of wine vinegar was there, so they soaked a sponge in it, put the sponge on a stalk of the hyssop plant, and lifted it to Jesus’ lips. SVV 30 Toen Jezus dan den edik genomen had, zeide Hij: Het is volbracht! En het hoofd buigende, gaf den geest. NIV 30 When he had received the drink, Jesus said, “It is finished.” With that, he bowed his head and gave up his spirit. SVV 31 De Joden dan, opdat de lichamen niet aan het kruis zouden blijven op den sabbat, dewijl het de voorbereiding was (want die dag des sabbats was groot), baden Pilatus, dat hun benen zouden gebroken, en zij weggenomen worden. NIV 31 Now it was the day of Preparation, and the next day was to be a special Sabbath. Because the Jewish leaders did not want the bodies left on the crosses during the Sabbath, they asked Pilate to have the legs broken and the bodies taken down. SVV 32 De krijgsknechten dan kwamen, en braken wel de benen des eersten, en des anderen, die met Hem gekruist was; NIV 32 The soldiers therefore came and broke the legs of the first man who had been crucified with Jesus, and then those of the other. SVV 33 Maar komende tot Jezus, als zij zagen, dat Hij nu gestorven was, zo braken zij Zijn benen niet. NIV 33 But when they came to Jesus and found that he was already dead, they did not break his legs. SVV 34 Maar een der krijgsknechten doorstak Zijn zijde met een speer, en terstond kwam er bloed en water uit. NIV 34 Instead, one of the soldiers pierced Jesus’ side with a spear, bringing a sudden flow of blood and water. SVV 35 En die het gezien heeft, die heeft het getuigd, en zijn getuigenis is waarachtig; en hij weet, dat hij zegt, hetgeen waar is, opdat ook gij geloven moogt. NIV 35 The man who saw it has given testimony, and his testimony is true. He knows that he tells the truth, and he testifies so that you also may believe. SVV 36 Want deze dingen zijn geschied, opdat de Schrift vervuld worde: Geen been van Hem zal verbroken worden. NIV 36 These things happened so that the scripture would be fulfilled: “Not one of his bones will be broken,” SVV 37 En wederom zegt een andere Schrift: Zij zullen zien, in Welken zij gestoken hebben. NIV 37 and, as another scripture says, “They will look on the one they have pierced.” SVV 38 En daarna Jozef van Arimathea (die een discipel van Jezus was, maar bedekt om de vreze der Joden), bad Pilatus, dat hij mocht het lichaam van Jezus wegnemen; en Pilatus liet het toe. Hij dan ging en nam het lichaam van Jezus weg. NIV 38 Later, Joseph of Arimathea asked Pilate for the body of Jesus. Now Joseph was a disciple of Jesus, but secretly because he feared the Jewish leaders. With Pilate’s permission, he came and took the body away. SVV 39 En Nicodemus kwam ook (die des nachts tot Jezus eerst gekomen was), brengende een mengsel van mirre en aloe; omtrent honderd ponden gewichts. NIV 39 He was accompanied by Nicodemus, the man who earlier had visited Jesus at night. Nicodemus brought a mixture of myrrh and aloes, about seventy-five pounds. SVV 40 Zij namen dan het lichaam van Jezus, en bonden dat in linnen doeken met de specerijen, gelijk de Joden de gewoonte hebben van begraven. NIV 40 Taking Jesus’ body, the two of them wrapped it, with the spices, in strips of linen. This was in accordance with Jewish burial customs. SVV 41 En er was in de plaats, waar Hij gekruist was, een hof, en in den hof een nieuw graf, in hetwelk nog nooit iemand gelegd was geweest. NIV 41 At the place where Jesus was crucified, there was a garden, and in the garden a new tomb, in which no one had ever been laid. SVV 42 Aldaar dan legden zij Jezus, om de voorbereiding der Joden, overmits het graf nabij was. NIV 42 Because it was the Jewish day of Preparation and since the tomb was nearby, they laid Jesus there.

California - Do Not Sell My Personal Information  California - CCPA Notice