Exodus 39:17-27

17 En zij zetten de twee gedraaide gouden ketentjes aan de twee ringen, aan de einden van den borstlap.
18 Doch de twee andere einden der gedraaide ketenen zetten zij aan de twee kastjes, en zij zetten ze aan de schouderbanden des efods, recht op de voorste zijde van dien.
19 Zij maakten ook twee gouden ringen, die zij aan de twee andere einden des borstlaps zetten, inwendig aan zijn boord, die aan de zijde des efods is.
20 Nog maakten zij twee gouden ringen, die zij zetten aan de twee schouderbanden van den efod, beneden, aan deszelfs voorste zijde, tegenover zijn andere voege, boven den kunstelijke riem des efods.
21 En zij bonden den borstlap met zijn ringen aan de ringen van den efod, met een hemelsblauw snoer, dat hij op den kunstelijke riem van den efod was; opdat de borstlap van den efod niet afgescheiden wierd, gelijk als de HEERE aan Mozes geboden had.
22 En hij maakte den mantel des efods van geweven werk, geheel van hemelsblauw.
23 En het gat des mantels was in deszelfs midden, als het gat eens pantsiers; dit gat had een boord rondom, dat het niet gescheurd wierd.
24 En aan de zomen des mantels maakten zij granaatappelen van hemelsblauw, en purper, en scharlaken, getweernd.
25 Zij maakten ook schelletjes van louter goud, en zij stelden de schelletjes tussen de granaatappelen, aan de zomen des mantels rondom, tussen de granaatappelen;
26 Dat er een schelletje, daarna een granaatappel was; wederom een schelletje, en een granaatappel; aan de zomen des mantels rondom; om te dienen, gelijk als de HEERE aan Mozes geboden had.
27 Zij maakten ook de rokken van fijn linnen, van geweven werk, voor Aaron en voor zijn zonen;

Exodus 39:17-27 Meaning and Commentary

INTRODUCTION TO EXODUS 39

In this chapter is continued the account of making the several things belonging to the sanctuary, particularly the clothes for the service of the tabernacle, and the garments of the priests, as the ephod and its curious girdle, Ex 39:1-7 the breastplate and the putting of the stones in it, and the fastening of it to the ephod, Ex 39:8-21 the robe of the ephod, with the bells and pomegranates to it, Ex 39:21-26 and the coats, mitre, bonnets, breeches, and girdle of fine linen, for Aaron and his sons, Ex 39:27-29 and the golden plate, Ex 39:30,31 and all being finished, the tabernacle and everything belonging to it were brought to Moses, and viewed by him; who seeing that all was done exactly according to the commandment of the Lord, blessed the people, and particularly the artificers, Ex 39:38-43.

The Dutch Staten Vertaling translation is in the public domain.