Try out the new BibleStudyTools.com. Click here!

Psalmen 9 SVV/NIV - Online Parallel Bible

 
  Search
Statenvertaling (Dutch) (SVV) New International Version (NIV)
1 Een psalm van David, voor den opperzangmeester, op Muth-Labben. 1 I will praise you, O LORD, with all my heart; I will tell of all your wonders.
2 Ik zal den HEERE loven met mijn ganse hart; ik zal al Uw wonderen vertellen. 2 I will be glad and rejoice in you; I will sing praise to your name, O Most High.
3 In U zal ik mij verblijden, en van vreugde opspringen; ik zal Uw Naam psalmzingen, o Allerhoogste! 3 My enemies turn back; they stumble and perish before you.
4 Omdat mijn vijanden achterwaarts gekeerd, gevallen en vergaan zijn van Uw aangezicht. 4 For you have upheld my right and my cause; you have sat on your throne, judging righteously.
5 Want Gij hebt mijn recht en mijn rechtszaak afgedaan; Gij hebt gezeten op den troon, o Rechter, der gerechtigheid. 5 You have rebuked the nations and destroyed the wicked; you have blotted out their name for ever and ever.
6 Gij hebt de heidenen gescholden, den goddeloze verdaan, hun naam uitgedelgd, tot in eeuwigheid en altoos. 6 Endless ruin has overtaken the enemy, you have uprooted their cities; even the memory of them has perished.
7 O vijand! zijn de verwoestingen voleind in eeuwigheid, en hebt gij de steden uitgeroeid? Hunlieder gedachtenis is met hen vergaan. 7 The LORD reigns forever; he has established his throne for judgment.
8 Maar de HEERE zal in eeuwigheid zitten; Hij heeft Zijn troon bereid ten gerichte. 8 He will judge the world in righteousness; he will govern the peoples with justice.
9 En Hij Zelf zal de wereld richten in gerechtigheid, en de volken oordelen in rechtmatigheden. 9 The LORD is a refuge for the oppressed, a stronghold in times of trouble.
10 En de HEERE zal een Hoog Vertrek zijn voor de verdrukte, een Hoog Vertrek in tijden van benauwdheid. 10 Those who know your name will trust in you, for you, LORD, have never forsaken those who seek you.
11 En die Uw Naam kennen, zullen op U vertrouwen, omdat Gij, HEERE, niet hebt verlaten degenen, die U zoeken. 11 Sing praises to the LORD, enthroned in Zion; proclaim among the nations what he has done.
12 Psalmzingt den HEERE, Die te Sion woont; verkondigt onder de volken Zijn daden. 12 For he who avenges blood remembers; he does not ignore the cry of the afflicted.
13 Want Hij zoekt de bloedstortingen, Hij gedenkt derzelve; Hij vergeet het geroep der ellendigen niet. 13 O LORD, see how my enemies persecute me! Have mercy and lift me up from the gates of death,
14 Wees mij genadig, HEERE, zie mijn ellende aan, van mijn haters mij aangedaan, Gij, Die mij verhoogt uit de poorten des doods; 14 that I may declare your praises in the gates of the Daughter of Zion and there rejoice in your salvation.
15 Opdat ik Uw gansen lof in de poorten der dochter van Sion vertelle, dat ik mij verheuge in Uw heil. 15 The nations have fallen into the pit they have dug; their feet are caught in the net they have hidden.
16 De heidenen zijn gezonken in de groeve, die zij gemaakt hadden; hunlieder voet is gevangen in het net, dat zij verborgen hadden. 16 The LORD is known by his justice; the wicked are ensnared by the work of their hands. "Higgaion." "Selah"
17 De HEERE is bekend geworden; Hij heeft recht gedaan; de goddeloze is verstrikt in het werk zijner handen! Higgajon, Sela. 17 The wicked return to the grave, all the nations that forget God.
18 De goddelozen zullen terugkeren, naar de hel toe, alle godvergetende heidenen. 18 But the needy will not always be forgotten, nor the hope of the afflicted ever perish.
19 Want de nooddruftige zal niet voor altoos vergeten worden, noch de verwachting der ellendigen in eeuwigheid verloren zijn. 19 Arise, O LORD, let not man triumph; let the nations be judged in your presence.
20 Sta op, HEERE, laat de mens zich niet versterken; laat de heidenen voor Uw aangezicht geoordeeld worden. [ (Psalms 9:21) O HEERE! jaag hun vreze aan; laat de heidenen weten, dat zij mensen zijn. Sela. ] 20 Strike them with terror, O LORD; let the nations know they are but men. "Selah"