Deuteronomium 7:16

16 Gij zult dan al die volken verteren, die de HEERE, uw God, u geven zal; uw oog zal hen niet verschonen, en gij zult hun goden niet dienen; want dat zoude u een strik zijn.

Deuteronomium 7:16 Meaning and Commentary

Deuteronomy 7:16

And thou shall consume all the people which the Lord thy God
shall deliver thee
All the inhabitants of the land of Canaan, which the Lord should deliver into their hands; them they were not to spare, but utterly destroy men, women, and children:

thine eye shall have no pity upon them; (See Gill on Deuteronomy 7:2),

neither shall thou serve their gods, for that will be a snare unto
thee;
which will bring into utter ruin and destruction; see ( Exodus 23:33 ) .

Deuteronomium 7:16 In-Context

14 Gezegend zult gij zijn boven alle volken; er zal onder u noch man noch vrouw onvruchtbaar zijn, ook niet onder uw beesten;
15 En de HEERE zal alle krankheid van u afweren, en Hij zal u geen van de kwade ziekten der Egyptenaren, die gij kent, opleggen, maar zal ze leggen op allen, die u haten.
16 Gij zult dan al die volken verteren, die de HEERE, uw God, u geven zal; uw oog zal hen niet verschonen, en gij zult hun goden niet dienen; want dat zoude u een strik zijn.
17 Zo gij in uw hart zeidet: Deze volken zijn meerder dan ik; hoe zou ik hen uit de bezitting kunnen verdrijven?
18 Vreest niet voor hen; gedenkt steeds, wat de HEERE, uw God, aan Farao en aan alle Egyptenaren gedaan heeft;
The Dutch Staten Vertaling translation is in the public domain.