Ezechiël 36:2

2 Alzo zegt de Heere HEERE: Omdat de vijand van u zegt: Heah! zelfs de eeuwige hoogten zijn ons ten erve geworden!

Ezechiël 36:2 Meaning and Commentary

Ezekiel 36:2

Thus saith the Lord God
By the mouth of the prophet, who was bid to prophesy: because the enemy had said against you, aha:
rejoicing at the calamity of God's people, particularly the Edomites or Idumeans, as in the preceding chapter; and who are chiefly meant; and also the Ammonites and Tyrians, ( Ezekiel 25:3 ) ( 26:2 ) : even the ancient high places are ours in possession;
or, "the high places of the world shall be unto us for a possession" F6; the land of Israel, according to Kimchi and others, was the highest part of the world, Jerusalem the highest part of that land, and the temple was built on the highest part of the city; and all these the Edomites claimed as their own, the land, city, and temple, and thought themselves sure of the same, as if they had them in actual possession; even the hilly part of the country, which had been so from the creation, and where stood many of the fortified and frontier towns and cities; which as strong as they were, or had been, they fancied would easily fall into their hands, now such desolations were made in the land.


FOOTNOTES:

F6 (wnl htyh hvrwml Mlwe twmb) "excelsa seculi haereditario jure futura sunt nobis", Junius & Tremellius, Polanus; "celsa seculi haereditas evenit nobis", Cocceius, Starckius.

Ezechiël 36:2 In-Context

1 En gij, mensenkind! profeteer tot de bergen Israels, en zeg: Gij bergen Israels! hoort des HEEREN woord.
2 Alzo zegt de Heere HEERE: Omdat de vijand van u zegt: Heah! zelfs de eeuwige hoogten zijn ons ten erve geworden!
3 Daarom profeteer en zeg: Zo zegt de Heere HEERE: Daarom, omdat men u van rondom verwoest en opgeslokt heeft, opdat gij voor het overblijfsel der heidenen ten erve zoudt zijn, en gij gebracht zijt op de klapachtige lip en in opspraak des volks;
4 Daarom, gij bergen Israels! hoort het woord des Heeren HEEREN: Zo zegt de Heere HEERE tot de bergen en tot de heuvelen, tot de stromen en tot de dalen, tot de verwoeste eenzame plaatsen en tot de verlaten steden, die tot een roof en tot een spot geworden zijn voor het overblijfsel der heidenen, die rondom zijn;
5 Daarom, zo zegt de Heere HEERE: Zo Ik niet in het vuur Mijns ijvers gesproken heb tegen het overblijfsel der heidenen, en tegen het ganse Edom; die Mijn land zichzelven ten erve gegeven hebben met blijdschap des gansen harten, met begerige plundering, opdat de landerij daarvan ten rove zou zijn!
The Dutch Staten Vertaling translation is in the public domain.