Parallel Bible results for Johannes 18:12-40

Statenvertaling (Dutch)

New International Version

Johannes 18:12-40

SVV 12 De bende dan, en de overste over duizend, en de dienaars der Joden namen Jezus gezamenlijk, en bonden Hem; NIV 12 Then the detachment of soldiers with its commander and the Jewish officials arrested Jesus. They bound him SVV 13 En leidden Hem henen, eerst tot Annas; want hij was de vrouws vader van Kajafas, welke deszelven jaars hogepriester was. NIV 13 and brought him first to Annas, who was the father-in-law of Caiaphas, the high priest that year. SVV 14 Kajafas nu was degene, die den Joden geraden had, dat het nut was, dat een Mens voor het volk stierve. NIV 14 Caiaphas was the one who had advised the Jewish leaders that it would be good if one man died for the people. SVV 15 En Simon Petrus volgde Jezus, en een ander discipel. Deze discipel nu was den hogepriester bekend, en ging met Jezus in des hogepriesters zaal. NIV 15 Simon Peter and another disciple were following Jesus. Because this disciple was known to the high priest, he went with Jesus into the high priest’s courtyard, SVV 16 En Petrus stond buiten aan de deur. De andere discipel dan, die den hogepriester bekend was, ging uit, en sprak met de deurwaarster, en bracht Petrus in. NIV 16 but Peter had to wait outside at the door. The other disciple, who was known to the high priest, came back, spoke to the servant girl on duty there and brought Peter in. SVV 17 De dienstmaagd dan, die de deurwaarster was, zeide tot Petrus: Zijt ook gij niet uit de discipelen van dezen Mens? Hij zeide: Ik ben niet. NIV 17 “You aren’t one of this man’s disciples too, are you?” she asked Peter. He replied, “I am not.” SVV 18 En de dienstknechten en de dienaars stonden, hebbende een kolenvuur gemaakt, omdat het koud was, en warmden zich. Petrus stond bij hen, en warmde zich. NIV 18 It was cold, and the servants and officials stood around a fire they had made to keep warm. Peter also was standing with them, warming himself. SVV 19 De hogepriester dan vraagde Jezus van Zijn discipelen, en van Zijn leer. NIV 19 Meanwhile, the high priest questioned Jesus about his disciples and his teaching. SVV 20 Jezus antwoordde hem: Ik heb vrijuit gesproken tot de wereld; Ik heb allen tijd geleerd in de synagoge en in den tempel, waar de Joden van alle plaatsen samenkomen; en in het verborgen heb Ik niets gesproken. NIV 20 “I have spoken openly to the world,” Jesus replied. “I always taught in synagogues or at the temple, where all the Jews come together. I said nothing in secret. SVV 21 Wat ondervraagt gij Mij? Ondervraag degenen, die het gehoord hebben, wat Ik tot hen gesproken heb; zie, dezen weten, wat Ik gezegd heb. NIV 21 Why question me? Ask those who heard me. Surely they know what I said.” SVV 22 En als Hij dit zeide, gaf een van de dienaren, die daarbij stond, Jezus een kinnebakslag, zeggende: Antwoordt Gij alzo den hogepriester? NIV 22 When Jesus said this, one of the officials nearby slapped him in the face. “Is this the way you answer the high priest?” he demanded. SVV 23 Jezus antwoordde hem: Indien Ik kwalijk gesproken heb, betuig van het kwade; en indien wel, waarom slaat gij Mij? NIV 23 “If I said something wrong,” Jesus replied, “testify as to what is wrong. But if I spoke the truth, why did you strike me?” SVV 24 (Annas dan had Hem gebonden gezonden tot Kajafas, den hogepriester.) NIV 24 Then Annas sent him bound to Caiaphas the high priest. SVV 25 En Simon Petrus stond en warmde zich. Zij zeiden dan tot hem: Zijt gij ook niet uit Zijn discipelen? Hij loochende het, en zeide: Ik ben niet. NIV 25 Meanwhile, Simon Peter was still standing there warming himself. So they asked him, “You aren’t one of his disciples too, are you?” He denied it, saying, “I am not.” SVV 26 Een van de dienstknechten des hogepriesters, die maagschap was van dengene, dien Petrus het oor afgehouwen had, zeide: Heb ik u niet gezien in den hof met Hem? NIV 26 One of the high priest’s servants, a relative of the man whose ear Peter had cut off, challenged him, “Didn’t I see you with him in the garden?” SVV 27 Petrus dan loochende het wederom. En terstond kraaide de haan. NIV 27 Again Peter denied it, and at that moment a rooster began to crow. SVV 28 Zij dan leidden Jezus van Kajafas in het rechthuis. En het was 's morgens vroeg; en zij gingen niet in het rechthuis, opdat zij niet verontreinigd zouden worden, maar opdat zij het pascha eten mochten. NIV 28 Then the Jewish leaders took Jesus from Caiaphas to the palace of the Roman governor. By now it was early morning, and to avoid ceremonial uncleanness they did not enter the palace, because they wanted to be able to eat the Passover. SVV 29 Pilatus dan ging tot hen uit, en zeide: Wat beschuldiging brengt gij tegen dezen Mens? NIV 29 So Pilate came out to them and asked, “What charges are you bringing against this man?” SVV 30 Zij antwoordden en zeiden tot hem: Indien Deze geen kwaaddoener ware, zo zouden wij Hem u niet overgeleverd hebben. NIV 30 “If he were not a criminal,” they replied, “we would not have handed him over to you.” SVV 31 Pilatus dan zeide tot hen: Neemt gij Hem, en oordeelt Hem naar uw wet. De Joden dan zeiden tot hem: Het is ons niet geoorloofd iemand te doden. NIV 31 Pilate said, “Take him yourselves and judge him by your own law.” “But we have no right to execute anyone,” they objected. SVV 32 Opdat het woord van Jezus vervuld wierd, dat Hij gezegd had, betekenende, hoedanigen dood Hij sterven zoude. NIV 32 This took place to fulfill what Jesus had said about the kind of death he was going to die. SVV 33 Pilatus dan ging wederom in het rechthuis, en riep Jezus, en zeide tot Hem: Zijt Gij de Koning der Joden? NIV 33 Pilate then went back inside the palace, summoned Jesus and asked him, “Are you the king of the Jews?” SVV 34 Jezus antwoordde hem: Zegt gij dit van uzelven, of hebben het u anderen van Mij gezegd? NIV 34 “Is that your own idea,” Jesus asked, “or did others talk to you about me?” SVV 35 Pilatus antwoordde: Ben ik een Jood? Uw volk en de overpriesters hebben U aan mij overgeleverd; wat hebt Gij gedaan? NIV 35 “Am I a Jew?” Pilate replied. “Your own people and chief priests handed you over to me. What is it you have done?” SVV 36 Jezus antwoordde: Mijn Koninkrijk is niet van deze wereld. Indien Mijn Koninkrijk van deze wereld ware, zo zouden Mijn dienaren gestreden hebben, opdat Ik den Joden niet ware overgeleverd; maar nu is Mijn Koninkrijk niet van hier. NIV 36 Jesus said, “My kingdom is not of this world. If it were, my servants would fight to prevent my arrest by the Jewish leaders. But now my kingdom is from another place.” SVV 37 Pilatus dan zeide tot Hem: Zijt Gij dan een Koning? Jezus antwoordde: Gij zegt, dat Ik een Koning ben. Hiertoe ben Ik geboren en hiertoe ben Ik in de wereld gekomen, opdat Ik der waarheid getuigenis geven zou. Een iegelijk, die uit de waarheid is, hoort Mijn stem. NIV 37 “You are a king, then!” said Pilate. Jesus answered, “You say that I am a king. In fact, the reason I was born and came into the world is to testify to the truth. Everyone on the side of truth listens to me.” SVV 38 Pilatus zeide tot Hem: Wat is waarheid? En als hij dat gezegd had, ging hij wederom uit tot de Joden, en zeide tot hen: Ik vind geen schuld in Hem. NIV 38 “What is truth?” retorted Pilate. With this he went out again to the Jews gathered there and said, “I find no basis for a charge against him. SVV 39 Doch gij hebt een gewoonte, dat ik u op het pascha een loslate. Wilt gij dan, dat ik u den Koning der Joden loslate? NIV 39 But it is your custom for me to release to you one prisoner at the time of the Passover. Do you want me to release ‘the king of the Jews’?” SVV 40 Zij dan riepen allen wederom, zeggende: Niet Dezen, maar Bar-abbas! En Bar-abbas was een moordenaar. NIV 40 They shouted back, “No, not him! Give us Barabbas!” Now Barabbas had taken part in an uprising.

California - Do Not Sell My Personal Information  California - CCPA Notice