Parallel Bible results for Lukas 1:21-38

Statenvertaling (Dutch)

New International Version

Lukas 1:21-38

SVV 21 En het volk was wachtende op Zacharias, en zij waren verwonderd, dat hij zo lang vertoefde in den tempel. NIV 21 Meanwhile, the people were waiting for Zechariah and wondering why he stayed so long in the temple. SVV 22 En als hij uitkwam, kon hij tot hen niet spreken; en zij bekenden, dat hij een gezicht in den tempel gezien had. En hij wenkte hun toe, en bleef stom. NIV 22 When he came out, he could not speak to them. They realized he had seen a vision in the temple, for he kept making signs to them but remained unable to speak. SVV 23 En het geschiedde, als de dagen zijner bediening vervuld waren, dat hij naar zijn huis ging. NIV 23 When his time of service was completed, he returned home. SVV 24 En na die dagen werd Elizabet, zijn vrouw, bevrucht; en zij verborg zich vijf maanden, zeggende: NIV 24 After this his wife Elizabeth became pregnant and for five months remained in seclusion. SVV 25 Alzo heeft mij de Heere gedaan, in de dagen, in welke Hij mij aangezien heeft, om mijn versmaadheid onder de mensen weg te nemen. NIV 25 “The Lord has done this for me,” she said. “In these days he has shown his favor and taken away my disgrace among the people.” SVV 26 En in de zesde maand werd de engel Gabriel van God gezonden naar een stad in Galilea, genaamd Nazareth; NIV 26 In the sixth month of Elizabeth’s pregnancy, God sent the angel Gabriel to Nazareth, a town in Galilee, SVV 27 Tot een maagd, die ondertrouwd was met een man, wiens naam was Jozef, uit den huize Davids; en de naam der maagd was Maria. NIV 27 to a virgin pledged to be married to a man named Joseph, a descendant of David. The virgin’s name was Mary. SVV 28 En de engel tot haar ingekomen zijnde, zeide: Wees gegroet, gij begenadigde; de Heere is met u; gij zijt gezegend onder de vrouwen. NIV 28 The angel went to her and said, “Greetings, you who are highly favored! The Lord is with you.” SVV 29 En als zij hem zag, werd zij zeer ontroerd over dit zijn woord, en overlegde, hoedanig deze groetenis mocht zijn. NIV 29 Mary was greatly troubled at his words and wondered what kind of greeting this might be. SVV 30 En de engel zeide tot haar: Vrees niet, Maria, want gij hebt genade bij God gevonden. NIV 30 But the angel said to her, “Do not be afraid, Mary; you have found favor with God. SVV 31 En zie, gij zult bevrucht worden, en een Zoon baren, en zult Zijn naam heten JEZUS. NIV 31 You will conceive and give birth to a son, and you are to call him Jesus. SVV 32 Deze zal groot zijn, en de Zoon des Allerhoogsten genaamd worden; en God, de Heere, zal Hem den troon van Zijn vader David geven. NIV 32 He will be great and will be called the Son of the Most High. The Lord God will give him the throne of his father David, SVV 33 En Hij zal over het huis Jakobs Koning zijn in der eeuwigheid, en Zijns Koninkrijks zal geen einde zijn. NIV 33 and he will reign over Jacob’s descendants forever; his kingdom will never end.” SVV 34 En Maria zeide tot den engel: Hoe zal dat wezen, dewijl ik geen man bekenne? NIV 34 “How will this be,” Mary asked the angel, “since I am a virgin?” SVV 35 En de engel, antwoordende, zeide tot haar: De Heilige Geest zal over u komen, en de kracht des Allerhoogsten zal u overschaduwen; daarom ook, dat Heilige, Dat uit u geboren zal worden, zal Gods Zoon genaamd worden. NIV 35 The angel answered, “The Holy Spirit will come on you, and the power of the Most High will overshadow you. So the holy one to be born will be called the Son of God. SVV 36 En zie, Elizabet, uw nicht, is ook zelve bevrucht, met een zoon, in haar ouderdom; en deze maand is haar, die onvruchtbaar genaamd was, de zesde. NIV 36 Even Elizabeth your relative is going to have a child in her old age, and she who was said to be unable to conceive is in her sixth month. SVV 37 Want geen ding zal bij God onmogelijk zijn. NIV 37 For no word from God will ever fail.” SVV 38 En Maria zeide: Zie, de dienstmaagd des Heeren; mij geschiede naar uw woord. En de engel ging weg van haar. NIV 38 “I am the Lord’s servant,” Mary answered. “May your word to me be fulfilled.” Then the angel left her.

California - Do Not Sell My Personal Information  California - CCPA Notice