Try out the new BibleStudyTools.com. Click here!

Psalmen 32 SVV/NIV - Online Parallel Bible

 
  Search
Statenvertaling (Dutch) (SVV) New International Version (NIV)
1 Een onderwijzing van David. Welgelukzalig is hij, wiens overtreding vergeven, wiens zonde bedekt is. 1 Blessed is he whose transgressions are forgiven, whose sins are covered.
2 Welgelukzalig is de mens, dien de HEERE de ongerechtigheid niet toerekent, en in wiens geest geen bedrog is. 2 Blessed is the man whose sin the LORD does not count against him and in whose spirit is no deceit.
3 Toen ik zweeg, werden mijn beenderen verouderd, in mijn brullen den gansen dag. 3 When I kept silent, my bones wasted away through my groaning all day long.
4 Want Uw hand was dag en nacht zwaar op mij; mijn sap werd veranderd in zomerdroogten. Sela. 4 For day and night your hand was heavy upon me; my strength was sapped as in the heat of summer. "Selah"
5 Mijn zonde maakte ik U bekend, en mijn ongerechtigheid bedekte ik niet. Ik zeide: Ik zal belijdenis van mijn overtredingen doen voor den HEERE; en Gij vergaaft de ongerechtigheid mijner zonde. Sela. 5 Then I acknowledged my sin to you and did not cover up my iniquity. I said, "I will confess my transgressions to the LORD"-- and you forgave the guilt of my sin. "Selah"
6 Hierom zal U ieder heilige aanbidden in vindenstijd; ja, in een overloop van grote wateren zullen zij hem niet aanraken. 6 Therefore let everyone who is godly pray to you while you may be found; surely when the mighty waters rise, they will not reach him.
7 Gij zijt mij een Verberging; Gij behoedt mij voor benauwdheid; Gij omringt mij met vrolijke gezangen van bevrijding. Sela. 7 You are my hiding place; you will protect me from trouble and surround me with songs of deliverance. "Selah"
8 Ik zal u onderwijzen, en u leren van den weg, dien gij gaan zult; Ik zal raad geven, Mijn oog zal op u zijn. 8 I will instruct you and teach you in the way you should go; I will counsel you and watch over you.
9 Weest niet gelijk een paard, gelijk een muilezel, hetwelk geen verstand heeft, welks muil men breidelt met toom en gebit, opdat het tot u niet genake. 9 Do not be like the horse or the mule, which have no understanding but must be controlled by bit and bridle or they will not come to you.
10 De goddeloze heeft veel smarten, maar die op den HEERE vertrouwt, dien zal de goedertierenheid omringen. 10 Many are the woes of the wicked, but the LORD's unfailing love surrounds the man who trusts in him.
11 Verblijdt u in den HEERE, en verheugt u, gij rechtvaardigen! en zingt vrolijk, alle gij oprechten van harte! 11 Rejoice in the LORD and be glad, you righteous; sing, all you who are upright in heart!