Exodus 29:37

37 Zeven dagen zult gij verzoening doen voor het altaar, en zult het heiligen; alsdan zal dat altaar een heiligheid der heiligheden zijn; al wat het altaar aanroert, zal heilig zijn.

Exodus 29:37 Meaning and Commentary

Exodus 29:37

Seven days thou shalt make atonement for the altar, and
sanctify it
That it might be thoroughly fit to have sacrifices offered on it:

and it shall be an altar most holy;
as Christ is, and is called the Most Holy, and said to be anointed, ( Daniel 9:24 ) . He is holy in his person, nature, and offices, more holy than angels or men; as holy as the Lord God, the God of Israel, his Father, who is glorious in holiness, and none like to him for it:

whatsoever toucheth the altar shall be holy;
that is, whatsoever gift or sacrifice, according to law, was offered on it, whatever appertained unto it, or were suitable for it; for as for other things, they were not made holy by a touch of it, ( Haggai 2:11 Haggai 2:12 ) . The Targum of Jonathan refers it to persons, paraphrasing the words, that such should be holy who were

``of the sons of Aaron, but of the rest of the people it was not lawful for them to draw nigh, lest they should be burnt with flaming fire that comes out of the holy things;''

but our Lord applies it to gifts and offerings of the altar, for to this case he seems to have respect, ( Matthew 23:19 ) for he is the altar that sanctifies not only the persons, but the services of his people, and their sacrifices of prayer and praise come up with acceptance to God from off this altar; though even the best duties and services of theirs need atonement and purification by the sacrifice and blood of Christ.

Exodus 29:37 In-Context

35 Gij zult dan aan Aaron en aan zijn zonen alzo doen, naar alles, wat Ik u geboden heb; zeven dagen zult gij hun hand vullen.
36 Gij zult ook des daags een var des zondoffers bereiden, tot de verzoeningen, en gij zult het altaar ontzondigen, mits doende de verzoening over hetzelve; en gij zult het zalven, om het te heiligen.
37 Zeven dagen zult gij verzoening doen voor het altaar, en zult het heiligen; alsdan zal dat altaar een heiligheid der heiligheden zijn; al wat het altaar aanroert, zal heilig zijn.
38 Dit nu is het, wat gij op het altaar bereiden zult: twee lammeren, die eenjarig zijn, des daags, geduriglijk.
39 Het ene lam zult gij des morgens bereiden; maar het andere lam zult gij bereiden tussen de twee avonden.
The Dutch Staten Vertaling translation is in the public domain.