Psalmen 61:4

4 Want Gij zijt mij een Toevlucht geweest, een sterke Toren voor den vijand.

Psalmen 61:4 Meaning and Commentary

Psalms 61:4

I will abide in thy tabernacle for ever
Under the protection of the Lord, as in a shepherd's tent, or as in one belonging to a general of an army, where are fulness and safety; (See Gill on Psalms 27:5); or else the tabernacle of the congregation is meant; the house of God, the place of divine and public worship, where he desired and determined always to continue, ( Psalms 23:6 ) ; or else the tabernacle which was prefigured by that below, where he knew he should dwell to all eternity. Kimchi, by "for ever", understands a long time; and Jarchi explains it both of this world and of the world to come; which is true, understanding the tabernacle of the church below, and the church above;

I will trust in the covert of thy wings.
Or, "in" or "into the secret of thy wings" F26; this he determined to make his refuge for the present time, and while in this world; (See Gill on Psalms 57:1).

Selah; on this word, (See Gill on Psalms 3:2).


FOOTNOTES:

F26 (rtob) "in abscondito", Pagninus, Montanus; "in occultum", Junius & Tremellius.

Psalmen 61:4 In-Context

2 O God! hoor mijn geschrei, merk op mijn gebed.
3 Van het einde des lands roep ik tot U als mijn hart overstelpt is; leid mij op een rotssteen, die mij te hoog zou zijn.
4 Want Gij zijt mij een Toevlucht geweest, een sterke Toren voor den vijand.
5 Ik zal in Uw hut verkeren in eeuwigheden; ik zal mijn toevlucht nemen in het verborgene Uwer vleugelen. Sela.
6 Want Gij, o God! hebt gehoord naar mijn geloften; Gij hebt mij gegeven de erfenis dergenen, die Uw Naam vrezen.
The Dutch Staten Vertaling translation is in the public domain.