It’s Here! Your Complimentary 2022 Israel Calendar

Parallel Bible results for 2 Koningen 11

Statenvertaling (Dutch)

New International Version

2 Koningen 11

SVV 1 Toen nu Athalia, de moeder van Ahazia, zag, dat haar zoon dood was, zo maakte zij zich op, en bracht al het koninklijke zaad om. NIV 1 When Athaliah the mother of Ahaziah saw that her son was dead, she proceeded to destroy the whole royal family. SVV 2 Maar Joseba, de dochter van den koning Joram, de zuster van Ahazia, nam Joas, den zoon van Ahazia, en stal hem uit het midden van des konings zonen, die gedood werden, zettende hem en zijn voedster in een slaapkamer; en zij verborgen hem voor Athalia, dat hij niet gedood werd. NIV 2 But Jehosheba, the daughter of King Jehoram and sister of Ahaziah, took Joash son of Ahaziah and stole him away from among the royal princes, who were about to be murdered. She put him and his nurse in a bedroom to hide him from Athaliah; so he was not killed. SVV 3 En hij was met haar verstoken in het huis des HEEREN zes jaren; en Athalia regeerde over het land. NIV 3 He remained hidden with his nurse at the temple of the LORD for six years while Athaliah ruled the land. SVV 4 In het zevende jaar nu zond Jojada, en nam de oversten van honderd met de hoofdmannen, en met de trawanten, en hij bracht hen tot zich, in het huis des HEEREN; en hij maakte een verbond met hen, en hij beedigde hen in het huis des HEEREN, en hij toonde hun den zoon des konings. NIV 4 In the seventh year Jehoiada sent for the commanders of units of a hundred, the Carites and the guards and had them brought to him at the temple of the LORD. He made a covenant with them and put them under oath at the temple of the LORD. Then he showed them the king’s son. SVV 5 En hij gebood hun, zeggende: Dit is de zaak, die gij doen zult: een derde deel van u, die op den sabbat ingaan, zullen de wacht waarnemen van het huis des konings; NIV 5 He commanded them, saying, “This is what you are to do: You who are in the three companies that are going on duty on the Sabbath—a third of you guarding the royal palace, SVV 6 En een derde deel zal zijn aan de poort Sur; en een derde deel aan de poort achter de trawanten; zo zult gij waarnemen de wacht van dit huis, tegen inbreking. NIV 6 a third at the Sur Gate, and a third at the gate behind the guard, who take turns guarding the temple— SVV 7 En de twee delen van ulieden, allen, die op den sabbat uitgaan, zullen de wacht van het huis des HEEREN waarnemen bij den koning. NIV 7 and you who are in the other two companies that normally go off Sabbath duty are all to guard the temple for the king. SVV 8 En gij zult den koning rondom omsingelen, een ieder met zijn wapenen in zijn hand, en hij, die tussen de ordeningen intreedt, zal gedood worden; en zijt gij bij den koning, als hij uitgaat, en als hij inkomt. NIV 8 Station yourselves around the king, each of you with weapon in hand. Anyone who approaches your ranks is to be put to death. Stay close to the king wherever he goes.” SVV 9 De oversten dan van honderd deden naar al wat de priester Jojada geboden had, en namen ieder zijn mannen, die op den sabbat ingingen, met degenen, die op den sabbat uitgingen; en zij kwamen tot den priester Jojada. NIV 9 The commanders of units of a hundred did just as Jehoiada the priest ordered. Each one took his men—those who were going on duty on the Sabbath and those who were going off duty—and came to Jehoiada the priest. SVV 10 En de priester gaf aan de oversten van honderd de spiesen en de schilden, die van den koning David geweest waren, die in het huis des HEEREN geweest waren. NIV 10 Then he gave the commanders the spears and shields that had belonged to King David and that were in the temple of the LORD. SVV 11 En de trawanten stonden, ieder met zijn wapenen in zijn hand, van de rechterzijde van het huis, tot de linkerzijde van het huis, naar het altaar en naar het huis toe, bij den koning rondom. NIV 11 The guards, each with weapon in hand, stationed themselves around the king—near the altar and the temple, from the south side to the north side of the temple. SVV 12 Daarna bracht hij des konings zoon voor, en zette hem de kroon op, en gaf hem de getuigenis; en zij maakten hem koning, en zalfden hem; daartoe klapten zij met de handen, en zeiden: De koning leve! NIV 12 Jehoiada brought out the king’s son and put the crown on him; he presented him with a copy of the covenant and proclaimed him king. They anointed him, and the people clapped their hands and shouted, “Long live the king!” SVV 13 Toen Athalia hoorde de stem der trawanten en des volks, zo kwam zij tot het volk in het huis des HEEREN. NIV 13 When Athaliah heard the noise made by the guards and the people, she went to the people at the temple of the LORD. SVV 14 En zij zag toe, en ziet, de koning stond bij den pilaar, naar de wijze, en de oversten en de trompetten bij den koning; en al het volk des lands was blijde, en blies met trompetten. Toen verscheurde Athalia haar klederen, en zij riep: Verraad, verraad! NIV 14 She looked and there was the king, standing by the pillar, as the custom was. The officers and the trumpeters were beside the king, and all the people of the land were rejoicing and blowing trumpets. Then Athaliah tore her robes and called out, “Treason! Treason!” SVV 15 Maar de priester Jojada gebood aan de oversten van honderd, die over het heir gesteld waren, en zeide tot hen: Brengt haar uit tot buiten de ordeningen, en doodt, wie haar volgt, met het zwaard; want de priester had gezegd: Laat ze in het huis des HEEREN niet gedood worden. NIV 15 Jehoiada the priest ordered the commanders of units of a hundred, who were in charge of the troops: “Bring her out between the ranks and put to the sword anyone who follows her.” For the priest had said, “She must not be put to death in the temple of the LORD.” SVV 16 En zij legden de handen aan haar; en zij ging den weg van den ingang der paarden naar het huis des konings, en zij werd daar gedood. NIV 16 So they seized her as she reached the place where the horses enter the palace grounds, and there she was put to death. SVV 17 En Jojada maakte een verbond tussen den HEERE en tussen den koning, en tussen het volk, dat het den HEERE tot een volk zou zijn; mitsgaders tussen de koning en tussen het volk. NIV 17 Jehoiada then made a covenant between the LORD and the king and people that they would be the LORD’s people. He also made a covenant between the king and the people. SVV 18 Daarna ging al het volk des lands in het huis van Baal, en braken dat af; zijn altaren en zijn beelden verbraken zij recht wel; en Mattan, den priester van Baal, sloegen zij dood voor de altaren. De priester nu bestelde de ambten in het huis des HEEREN. NIV 18 All the people of the land went to the temple of Baal and tore it down. They smashed the altars and idols to pieces and killed Mattan the priest of Baal in front of the altars. Then Jehoiada the priest posted guards at the temple of the LORD. SVV 19 En hij nam de oversten van honderd, en de hoofdmannen, en de trawanten, en al het volk des lands; en zij brachten den koning af uit het huis des HEEREN, en kwamen door den weg van de poort der trawanten tot het huis des konings, en hij zat op den troon der koningen. NIV 19 He took with him the commanders of hundreds, the Carites, the guards and all the people of the land, and together they brought the king down from the temple of the LORD and went into the palace, entering by way of the gate of the guards. The king then took his place on the royal throne. SVV 20 En al het volk des lands was blijde, en de stad werd stil, nadat zij Athalia met het zwaard gedood hadden bij des konings huis. NIV 20 All the people of the land rejoiced, and the city was calm, because Athaliah had been slain with the sword at the palace. SVV 21 Joas was zeven jaren oud, toen hij koning werd. NIV 21 Joash was seven years old when he began to reign.

California - Do Not Sell My Personal Information  California - CCPA Notice