Jeremia 20:12

12 Gij dan, o HEERE der heirscharen, Die den rechtvaardige proeft, Die de nieren en het hart ziet, laat mij Uw wraak van hen zien, want ik heb U mijn twistzaak ontdekt.

Jeremia 20:12 Meaning and Commentary

Jeremiah 20:12

But, O Lord, that triest the righteous, and seest the reins
and the heart
That tries the cause of the righteous, and vindicates them, rights their wrongs, and does them justice; being the omniscient God, the seer and searcher of the hearts and reins; who knows the uprightness of their hearts, as well as their ways, and the sincerity of their affections: or that tries the faith and patience of the righteous, their constancy and integrity; and upon trial finds that their affections are real, and their souls sincere; let me see thy vengeance on them;
his enemies and persecutors; he does not seek vengeance himself, but desires it of the Lord; he does not ask to see his vengeance, but the Lord's vengeance on them, what he thought was just and proper to inflict on them; he knew that vengeance belonged to the Lord, and therefore left it with him, and prayed for it from him. The Targum is,

``let me see the vengeance of thy judgments on them;''
for unto thee have I opened my cause;
or "revealed", or "made it manifest" F11; this he did in prayer, at this time, when he laid before the Lord his whole case, and appealed and applied to him for justice, who judgeth righteous persons, and judgeth righteously.
FOOTNOTES:

F11 (ybyr ta ytylg) "revelavi causam meam", Junius & Tremellius, Piscator. So Schmidt.

Jeremia 20:12 In-Context

10 Want ik heb gehoord de naspraak van velen, van Magor-missabib, zeggende: Geef ons te kennen, en wij zullen het te kennen geven; al mijn vredegenoten nemen acht op mijn hinking; zij zeggen: Misschien zal hij overreed worden, dan zullen wij hem overmogen, en onze wraak van hem nemen.
11 Maar de HEERE is met mij als een verschrikkelijk Held; daarom zullen mijn vervolgers struikelen, en niets vermogen; zij zijn zeer beschaamd geworden, omdat zij niet verstandiglijk gehandeld hebben; het zal een eeuwige schande zijn, zij zal niet vergeten worden.
12 Gij dan, o HEERE der heirscharen, Die den rechtvaardige proeft, Die de nieren en het hart ziet, laat mij Uw wraak van hen zien, want ik heb U mijn twistzaak ontdekt.
13 Zingt den HEERE, prijst den HEERE; want Hij heeft de ziel des nooddruftigen uit de hand der boosdoeners verlost.
14 Vervloekt zij de dag, op welken ik geboren ben; de dag, op welken mijn moeder mij gebaard heeft, zij niet gezegend!
The Dutch Staten Vertaling translation is in the public domain.