Jeremia 6:17

17 Ik heb ook wachters over ulieden gesteld, zeggende: Luistert naar het geluid der bazuin; maar zij zeggen: Wij zullen niet luisteren.

Jeremia 6:17 Meaning and Commentary

Jeremiah 6:17

Also I set watchmen over you
That is, prophets, as Jarchi; true prophets, as Kimchi; such an one was Ezekiel, ( Jeremiah 3:17 ) . The Targum interprets it teachers; such were the apostles and first ministers of the Gospel; and all faithful preachers of it, who teach men good doctrine and watch for their souls, give them warning of their danger, and exhort them to flee to Christ for rest and safety; and these are of the Lord's appointing, constituting, and setting in his churches; see ( 1 Corinthians 12:28 ) . Saying, hearken to the sound of the trumpet;
to their voice, lifted up like a trumpet, ( Isaiah 58:1 ) , to the word preached by them; to the law, which lays before them their sin and danger; and to the Gospel, which is a joyful sound, and gives a certain one, and proclaims peace, pardon, and salvation, by Christ: but they said, we will not hearken;
so the Jews, in the times of Christ and his apostles, turned a deaf ear to their ministry, contradicted and blasphemed the Gospel, and judged themselves unworthy of it, and of eternal life, brought to light by it. Perhaps here it may regard the punishments threatened the Jews by the prophets, which they would not believe were coming upon them, but put away the evil day far from them.

Jeremia 6:17 In-Context

15 Zijn zij beschaamd, omdat zij gruwel bedreven hebben? Ja, zij schamen zich in het minste niet, weten ook niet van schaamrood te maken; daarom zullen zij vallen onder de vallenden, ten tijde als Ik hen bezoeken zal, zullen zij struikelen, zegt de HEERE.
16 Zo zegt de HEERE: Staat op de wegen, en ziet toe, en vraagt naar de oude paden, waar toch de goede weg zij, en wandelt daarin; zo zult gij rust vinden voor uw ziel; maar zij zeggen: Wij zullen daarin niet wandelen.
17 Ik heb ook wachters over ulieden gesteld, zeggende: Luistert naar het geluid der bazuin; maar zij zeggen: Wij zullen niet luisteren.
18 Daarom hoort, gij heidenen! en verneem, o gij vergadering! wat onder hen is.
19 Hoor toe, gij aarde! Zie, Ik zal een kwaad brengen over dit volk, de vrucht hunner gedachten; want zij merken niet op Mijn woorden, en Mijn wet verwerpen zij.
The Dutch Staten Vertaling translation is in the public domain.