5
Asschur nu, de vader van Thekoa, had twee vrouwen, Hela en Naara.
6
En Naara baarde hem Ahuzzam, en Hefer, en Temeni, en Haahastari. Dit zijn de kinderen van Naara.
7
En de kinderen van Hela waren Zereth, Jezohar, en Ethnan.
8
En Koz gewon Anub en Hazobeba, en de huisgezinnen van Aharlel, den zoon van Harum.
9
Jabez nu was heerlijker dan zijn broeders; en zijn moeder had zijn naam Jabez genoemd, zeggende: Want ik heb hem met smarten gebaard.