10
En van de kinderen van Selomith, de zoon van Josifja; en met hem honderd en zestig manspersonen.
11
En van de kinderen van Babai, Zacharja, de zoon van Bebai; en met hem acht en twintig manspersonen.
12
En van de kinderen van Azgad, Johanan, de zoon van Katan; en met hem honderd en tien manspersonen.
13
En van de laatste kinderen van Adonikam, welker namen deze waren: Elifelet, Jehiel, en Semaja; en met hen zestig manspersonen.
14
En van de kinderen van Bigvai, Uthai en Zabbud; en met hen zeventig manspersonen.