Genesis 32:31

31 En de zon rees hem op, als hij door Pniel gegaan was; en hij was hinkende aan zijn heup.

Genesis 32:31 Meaning and Commentary

Genesis 32:31

And as he passed over Penuel the sun rose upon him
It was break of day when the angel desired to be let go, and by that time the parley held between them ceased, and they parted, the sun was rising; and as Jacob went on it shone upon him, as a token of the good will and favour of God to him, and as an emblem of the sun of righteousness arising on him with healing in his wings, ( Malachi 4:2 ) ; and he halted upon his thigh;
it being out of joint, of which he became more sensible when he came to walk upon it; and besides, his attention to the angel that was with him caused him not so much to perceive it until he had departed front him: some think he went limping all his days; others, that he was healed immediately by the angel before he came to Esau; but of either there is no proof.

Genesis 32:31 In-Context

29 En Jakob vraagde, en zeide: Geef toch Uw naam te kennen. En Hij zeide: Waarom is het, dat gij naar Mijn naam vraagt? En Hij zegende hem aldaar.
30 En Jakob noemde den naam dier plaats Pniel: Want, zeide hij, ik heb God gezien van aangezicht tot aangezicht, en mijn ziel is gered geweest.
31 En de zon rees hem op, als hij door Pniel gegaan was; en hij was hinkende aan zijn heup.
32 Daarom eten de kinderen Israels de verrukte zenuw niet, die op het gewricht der heup is, tot op dezen dag, omdat Hij het gewricht van Jakobs heup aangeroerd had, aan de verrukte zenuw.
The Dutch Staten Vertaling translation is in the public domain.