53
Den levenden vogel nu zal hij tot buiten de stad, in het open veld, laten vliegen; zo zal hij over het huis verzoening doen, en het zal rein zijn.
54
Dit is de wet voor alle plage der melaatsheid, en voor schurftheid;
55
En voor melaatsheid der klederen, en der huizen;
56
Mitsgaders voor gezwel, en voor gezweer, en voor blaren;
57
Om te leren, op welken dag iets onrein, en op welken dag iets rein is. Dit is de wet der melaatsheid.