26
En op den vijfden dag: negen varren, twee rammen, en veertien volkomen eenjarige lammeren;
27
En hun spijsoffer, en hun drankofferen tot de varren, tot de rammen, en tot de lammeren, in hun getal, naar de wijze;
28
En een bok ten zondoffer; behalve het gedurig brandoffer, en zijn spijsoffer, en zijn drankoffer.
29
Daarna op den zesden dag: acht varren, twee rammen, veertien volkomen eenjarige lammeren;
30
En hun spijsoffer, en hun drankofferen tot de varren, tot de rammen, en tot de lammeren, in hun getal, naar de wijze;