31
En een bok ten zondoffer; behalve het gedurig brandoffer, zijn spijsoffer, en zijn drankofferen.
32
En op den zevenden dag: zeven varren, twee rammen, veertien volkomen eenjarige lammeren;
33
En hun spijsoffer, en hun drankofferen tot de varren, tot de rammen, en tot de lammeren, in hun getal, naar hun wijze;
34
En een bok ten zondoffer; behalve het gedurig brandoffer, zijn spijsoffer, en zijn drankoffer.
35
Op den achtsten dag zult gij een verbodsdag hebben; geen dienstwerk zult gij doen.