17
Dit zijn de namen der mannen, die ulieden het land ten erve zullen uitdelen: Eleazar, de priester, en Jozua, de zoon van Nun.
18
Daartoe zult gij uit elken stam een overste nemen, om het land ten erve uit te delen.
19
En dit zijn de namen dezer mannen: van de stam van Juda, Kaleb, de zoon van Jefunne;
20
En van den stam der kinderen van Simeon, Semuel, zoon van Ammihud;
21
Van den stam van Benjamin, Elidad, zoon van Chislon;