Openbaring 20:10

10 En de duivel, die hen verleidde, werd geworpen in den poel des vuurs en sulfers, alwaar het beest en de valse profeet zijn; en zij zullen gepijnigd worden dag en nacht in alle eeuwigheid.

Openbaring 20:10 Meaning and Commentary

Revelation 20:10

And the devil that deceived them
Both before death, in the present life, by tempting and drawing them into immorality and profaneness, or idolatry, superstition, and will worship, or persecution of the saints; and after their resurrection, by instigating them to make this foolish attempt upon the saints of the most High:

was cast into the lake of fire and brimstone;
the same with the everlasting fire, prepared for the devil and his angels; this will be his full torment, in which he is not as yet; and this will not be until the judgment is finished hereafter described; though it is here mentioned to issue the account of Satan at once, and to show what will be his final state and condition:

where the beast and false prophet are;
( Revelation 19:20 ) who for so many years have been companions in wickedness together; the beast being the first beast that received his power, seat, and authority from the dragon, or devil; the false prophet being the second beast, or antichrist in his ecclesiastical capacity, as the beast is antichrist in his civil power, whose coming is after the working of Satan, with signs and lying wonders:

and shall be tormented day and night for ever and ever;
that is, not only the devil, but the beast and false prophet, for the word is in the plural number: and this will be the case of all wicked men, of all whose minds are enmity to God and Christ, and to his people; and is a proof of the eternity of hell torments.

Openbaring 20:10 In-Context

8 En hij zal uitgaan om de volken te verleiden, die in de vier hoeken der aarde zijn, den Gog en den Magog, om hen te vergaderen tot den krijg; welker getal is als het zand aan de zee.
9 En zij zijn opgekomen op de breedte der aarde, en omringden de legerplaats der heiligen, en de geliefde stad; en er kwam vuur neder van God uit den hemel, en heeft hen verslonden.
10 En de duivel, die hen verleidde, werd geworpen in den poel des vuurs en sulfers, alwaar het beest en de valse profeet zijn; en zij zullen gepijnigd worden dag en nacht in alle eeuwigheid.
11 En ik zag een groten witten troon, en Dengene, Die daarop zat, van Wiens aangezicht de aarde en de hemel wegvloden, en geen plaats is voor die gevonden.
12 En ik zag de doden, klein en groot, staande voor God; en de boeken werden geopend; en een ander boek werd geopend, dat des levens is; en de doden werden geoordeeld uit hetgeen in de boeken geschreven was, naar hun werken.