Save 25% on Plus Membership. Use the code FRIDAY25. Hurry - sale ends Monday!

Parallel Bible results for Spreuken 31

Statenvertaling (Dutch)

New International Version

Spreuken 31

SVV 1 De woorden van de koning Lemuel; de last, maarmede zijn moeder hem onderwees. NIV 1 The sayings of King Lemuel—an inspired utterance his mother taught him. SVV 2 Wat, o mijn zoon, en wat, o zoon mijns buiks? ja, wat, o zoon mijner geloften? NIV 2 Listen, my son! Listen, son of my womb! Listen, my son, the answer to my prayers! SVV 3 Geeft aan de vrouwen uw vermogen niet, noch uw wegen, om koningen te verdelgen. NIV 3 Do not spend your strength on women, your vigor on those who ruin kings. SVV 4 Het komt den koningen niet toe, o Lemuel! het komt den koningen niet toe wijn te drinken, en den prinsen, sterken drank te begeren; NIV 4 It is not for kings, Lemuel— it is not for kings to drink wine, not for rulers to crave beer, SVV 5 Opdat hij niet drinke, en het gezette vergete, en de rechtzaak van alle verdrukten verandere. NIV 5 lest they drink and forget what has been decreed, and deprive all the oppressed of their rights. SVV 6 Geeft sterken drank dengene, die verloren gaat, en wijn dengenen, die bitterlijk bedroefd van ziel zijn; NIV 6 Let beer be for those who are perishing, wine for those who are in anguish! SVV 7 Dat hij drinke, en zijn armoede vergete, en zijner moeite niet meer gedenke. NIV 7 Let them drink and forget their poverty and remember their misery no more. SVV 8 Open uw mond voor den stomme, voor de rechtzaak van allen, die omkomen zouden. NIV 8 Speak up for those who cannot speak for themselves, for the rights of all who are destitute. SVV 9 Open uw mond; oordeel gerechtelijk, en doe den verdrukte en nooddruftige recht. NIV 9 Speak up and judge fairly; defend the rights of the poor and needy. SVV 10 Aleph. Wie zal een deugdelijke huisvrouw vinden? Want haar waardij is verre boven de robijnen. NIV 10 A wife of noble character who can find? She is worth far more than rubies. SVV 11 Beth. Het hart haars heren vertrouwt op haar, zodat hem geen goed zal ontbreken. NIV 11 Her husband has full confidence in her and lacks nothing of value. SVV 12 Gimel. Zij doet hem goed en geen kwaad, al de dagen haars levens. NIV 12 She brings him good, not harm, all the days of her life. SVV 13 Daleth. Zij zoekt wol en vlas, en werkt met lust harer handen. NIV 13 She selects wool and flax and works with eager hands. SVV 14 He. Zij is als de schepen eens koopmans; zij doet haar brood van verre komen. NIV 14 She is like the merchant ships, bringing her food from afar. SVV 15 Vau. En zij staat op, als het nog nacht is, en geeft haar huis spijze, en haar dienstmaagden het bescheiden deel. NIV 15 She gets up while it is still night; she provides food for her family and portions for her female servants. SVV 16 Zain. Zij denkt om een akker, en krijgt hem; van de vrucht harer handen plant zij een wijngaard. NIV 16 She considers a field and buys it; out of her earnings she plants a vineyard. SVV 17 Cheth. Zij gordt haar lenden met kracht, en zij versterkt haar armen. NIV 17 She sets about her work vigorously; her arms are strong for her tasks. SVV 18 Teth. Zij smaakt, dat haar koophandel goed is; haar lamp gaat des nachts niet uit. NIV 18 She sees that her trading is profitable, and her lamp does not go out at night. SVV 19 Jod. Zij steekt haar handen uit naar de spil, en haar handpalmen vatten den spinrok. NIV 19 In her hand she holds the distaff and grasps the spindle with her fingers. SVV 20 Caph. Zij breidt haar handpalm uit tot den ellendige; en zij steekt haar handen uit tot den nooddruftige. NIV 20 She opens her arms to the poor and extends her hands to the needy. SVV 21 Lamed. Zij vreest voor haar huis niet vanwege de sneeuw; want haar ganse huis is met dubbele klederen gekleed. NIV 21 When it snows, she has no fear for her household; for all of them are clothed in scarlet. SVV 22 Mem. Zij maakt voor zich tapijtsieraad; haar kleding is fijn linnen en purper. NIV 22 She makes coverings for her bed; she is clothed in fine linen and purple. SVV 23 Nun. Haar man is bekend in de poorten, als hij zit met de oudsten des lands. NIV 23 Her husband is respected at the city gate, where he takes his seat among the elders of the land. SVV 24 Samech. Zij maakt fijn lijnwaad en verkoopt het; en zij levert den koopman gordelen. NIV 24 She makes linen garments and sells them, and supplies the merchants with sashes. SVV 25 Ain. Sterkte en heerlijkheid zijn haar kleding; en zij lacht over den nakomenden dag. NIV 25 She is clothed with strength and dignity; she can laugh at the days to come. SVV 26 Pe. Zij doet haar mond open met wijsheid; en op haar tong is leer der goeddadigheid. NIV 26 She speaks with wisdom, and faithful instruction is on her tongue. SVV 27 Tsade. Zij beschouwt de gangen van haar huis; en het brood der luiheid eet zij niet. NIV 27 She watches over the affairs of her household and does not eat the bread of idleness. SVV 28 Koph. Haar kinderen staan op, en roemen haar welgelukzalig; ook haar man, en hij prijst haar, zeggende: NIV 28 Her children arise and call her blessed; her husband also, and he praises her: SVV 29 Resch. Vele dochteren hebben deugdelijke gehandeld; maar gij gaat die allen te boven. NIV 29 “Many women do noble things, but you surpass them all.” SVV 30 Schin. De bevalligheid is bedrog, en de schoonheid ijdelheid; maar een vrouw, die den HEERE vreest, die zal geprezen worden. NIV 30 Charm is deceptive, and beauty is fleeting; but a woman who fears the LORD is to be praised. SVV 31 Thau. Geef haar van de vrucht harer handen, en laat haar werken haar prijzen in de poorten. NIV 31 Honor her for all that her hands have done, and let her works bring her praise at the city gate.

California - Do Not Sell My Personal Information  California - CCPA Notice