Parallel Bible results for Lukas 12:22-34

Statenvertaling (Dutch)

New International Version

Lukas 12:22-34

SVV 22 En Hij zeide tot Zijn discipelen: Daarom zeg Ik u: Zijt niet bezorgd voor uw leven, wat gij eten zult, noch voor het lichaam, waarmede gij u kleden zult. NIV 22 Then Jesus said to his disciples: “Therefore I tell you, do not worry about your life, what you will eat; or about your body, what you will wear. SVV 23 Het leven is meer dan het voedsel, en het lichaam dan de kleding. NIV 23 For life is more than food, and the body more than clothes. SVV 24 Aanmerkt de raven, dat zij niet zaaien, noch maaien, welke geen spijskamer noch schuur hebben, en God voedt dezelve; hoeveel gaat gij de vogelen te boven? NIV 24 Consider the ravens: They do not sow or reap, they have no storeroom or barn; yet God feeds them. And how much more valuable you are than birds! SVV 25 Wie toch van u kan, met bezorgd te zijn, een el tot zijn lengte toedoen? NIV 25 Who of you by worrying can add a single hour to your life? SVV 26 Indien gij dan ook het minste niet kunt, wat zijt gij voor de andere dingen bezorgd? NIV 26 Since you cannot do this very little thing, why do you worry about the rest? SVV 27 Aanmerkt de lelien, hoe zij wassen; zij arbeiden niet, en spinnen niet; en Ik zeg u: ook Salomo in al zijn heerlijkheid is niet bekleed geweest als een van deze. NIV 27 “Consider how the wild flowers grow. They do not labor or spin. Yet I tell you, not even Solomon in all his splendor was dressed like one of these. SVV 28 Indien nu God het gras dat heden op het veld is, en morgen in den oven geworpen wordt, alzo bekleedt, hoeveel meer u, gij kleingelovigen! NIV 28 If that is how God clothes the grass of the field, which is here today, and tomorrow is thrown into the fire, how much more will he clothe you—you of little faith! SVV 29 En gijlieden, vraagt niet, wat gij eten, of wat gij drinken zult; en weest niet wankelmoedig. NIV 29 And do not set your heart on what you will eat or drink; do not worry about it. SVV 30 Want al deze dingen zoeken de volken der wereld; maar uw Vader weet, dat gij deze dingen behoeft. NIV 30 For the pagan world runs after all such things, and your Father knows that you need them. SVV 31 Maar zoekt het Koninkrijk Gods, en al deze dingen zullen u toegeworpen worden. NIV 31 But seek his kingdom, and these things will be given to you as well. SVV 32 Vreest niet, gij klein kuddeken, want het is uws Vaders welbehagen, ulieden het Koninkrijk te geven. NIV 32 “Do not be afraid, little flock, for your Father has been pleased to give you the kingdom. SVV 33 Verkoopt hetgeen gij hebt, en geeft aalmoes. Maakt uzelven buidels, die niet verouden, een schat, die niet afneemt, in de hemelen, daar de dief niet bijkomt, noch de mot verderft. NIV 33 Sell your possessions and give to the poor. Provide purses for yourselves that will not wear out, a treasure in heaven that will never fail, where no thief comes near and no moth destroys. SVV 34 Want waar uw schat is, aldaar zal ook uw hart zijn. NIV 34 For where your treasure is, there your heart will be also.