Check out the NEW BibleStudyTools.com here!

Job 14 SVV/NIV - Online Parallel Bible

 
  Search
Statenvertaling (Dutch) (SVV) New International Version (NIV)
1 De mens, van een vrouw geboren, is kort van dagen, en zat van onrust. 1 "Man born of woman is of few days and full of trouble.
2 Hij komt voort als een bloem, en wordt afgesneden; ook vlucht hij als een schaduw, en bestaat niet. 2 He springs up like a flower and withers away; like a fleeting shadow, he does not endure.
3 Nog doet Gij Uw ogen over zulk een open; en Gij betrekt mij in het gericht met U. 3 Do you fix your eye on such a one? Will you bring him before you for judgment?
4 Wie zal een reine geven uit den onreine? Niet een. 4 Who can bring what is pure from the impure? No one!
5 Dewijl zijn dagen bestemd zijn, het getal zijner maanden bij U is, en Gij zijn bepalingen gemaakt hebt, die hij niet overgaan zal; 5 Man's days are determined; you have decreed the number of his months and have set limits he cannot exceed.
6 Wend U van hem af, dat hij rust hebbe, totdat hij als een dagloner aan zijn dag een welgevallen hebbe. 6 So look away from him and let him alone, till he has put in his time like a hired man.
7 Want voor een boom, als hij afgehouwen wordt, is er verwachting, dat hij zich nog zal veranderen, en zijn scheut niet zal ophouden. 7 "At least there is hope for a tree: If it is cut down, it will sprout again, and its new shoots will not fail.
8 Indien zijn wortel in de aarde veroudert, en zijn stam in het stof versterft; 8 Its roots may grow old in the ground and its stump die in the soil,
9 Hij zal van den reuk der wateren weder uitspruiten, en zal een tak maken, gelijk een plant. 9 yet at the scent of water it will bud and put forth shoots like a plant.
10 Maar een man sterft, als hij verzwakt is, en de mens geeft den geest, waar is hij dan? 10 But man dies and is laid low; he breathes his last and is no more.
11 De wateren verlopen uit een meer, en een rivier droogt uit en verdort; 11 As water disappears from the sea or a riverbed becomes parched and dry,
12 Alzo ligt de mens neder, en staat niet op; totdat de hemelen niet meer zijn, zullen zij niet opwaken, noch uit hun slaap opgewekt worden. 12 so man lies down and does not rise; till the heavens are no more, men will not awake or be roused from their sleep.
13 Och, of Gij mij in het graf verstaakt, mij verborgt, totdat Uw toorn zich afkeerde; dat Gij mij een bepaling steldet, en mijner gedachtig waart! 13 "If only you would hide me in the grave and conceal me till your anger has passed! If only you would set me a time and then remember me!
14 Als een man gestorven is, zal hij weder leven? Ik zou al de dagen mijns strijds hopen, totdat mijn verandering komen zou. 14 If a man dies, will he live again? All the days of my hard service I will wait for my renewal to come.
15 Dat Gij zoudt roepen, en ik U zou antwoorden, dat Gij tot het werk Uwer handen zoudt begerig zijn. 15 You will call and I will answer you; you will long for the creature your hands have made.
16 Maar nu telt Gij mijn treden; Gij bewaart mij niet om mijner zonden wil. 16 Surely then you will count my steps but not keep track of my sin.
17 Mijn overtreding is in een bundeltje verzegeld, en Gij pakt mijn ongerechtigheid opeen. 17 My offenses will be sealed up in a bag; you will cover over my sin.
18 En voorwaar, een berg vallende vergaat, en een rots wordt versteld uit haar plaats; 18 "But as a mountain erodes and crumbles and as a rock is moved from its place,
19 De wateren vermalen de stenen, het stof der aarde overstelpt het gewas, dat van zelf daaruit voortkomt; alzo verderft Gij de verwachting des mensen. 19 as water wears away stones and torrents wash away the soil, so you destroy man's hope.
20 Gij overweldigt hem in eeuwigheid, en hij gaat heen; veranderende zijn gelaat, zo zendt Gij hem weg. 20 You overpower him once for all, and he is gone; you change his countenance and send him away.
21 Zijn kinderen komen tot eer, en hij weet het niet; of zij worden klein, en hij let niet op hen. 21 If his sons are honored, he does not know it; if they are brought low, he does not see it.
22 Maar zijn vlees, nog aan hem zijnde, heeft smart; en zijn ziel, in hem zijnde, heeft rouw. 22 He feels but the pain of his own body and mourns only for himself."