Handelingen 24:4

4 Maar opdat ik u niet lang ophoude, ik bid u, dat gij ons, naar uw bescheidenheid, kortelijk hoort.

Handelingen 24:4 Meaning and Commentary

Acts 24:4

Notwithstanding, that I be not further tedious unto thee,
&c.] Suggesting, that he could say a great deal more under this head, but, for brevity sake, should omit it; and because he would not tire his patience, and hinder business going forward:

I pray thee, that thou wouldst hear us of thy clemency a few words;
he praises him for his humanity and good nature, and for his patience in hearing causes, and promises him great conciseness in the account he should give him; and entreats that, according to his wonted goodness, he would condescend to hear what he had to lay before him; all which was artfully said to engage attention to him.

Handelingen 24:4 In-Context

2 En als hij geroepen was, begon Tertullus hem te beschuldigen, zeggende:
3 Dat wij grote vrede door u bekomen, en dat vele loffelijke diensten deze volke geschieden door uw voorzichtigheid, machtigste Felix, nemen wij ganselijk en overal met alle dankbaarheid aan.
4 Maar opdat ik u niet lang ophoude, ik bid u, dat gij ons, naar uw bescheidenheid, kortelijk hoort.
5 Want wij hebben dezen man bevonden te zijn een pest, en een, die oproer verwekt onder al de Joden, door de ganse wereld, en een oppersten voorstander van de sekte der Nazarenen.
6 Die ook gepoogd heeft den tempel te ontheiligen, welken wij ook gegrepen hebben, en naar onze wet hebben willen oordelen.
The Dutch Staten Vertaling translation is in the public domain.