2 Koningen 11:14

14 En zij zag toe, en ziet, de koning stond bij den pilaar, naar de wijze, en de oversten en de trompetten bij den koning; en al het volk des lands was blijde, en blies met trompetten. Toen verscheurde Athalia haar klederen, en zij riep: Verraad, verraad!

2 Koningen 11:14 Meaning and Commentary

2 Kings 11:14

And when she looked, behold, the king stood by a pillar, as
the manner was
Of kings, when they came into the temple on any occasion, civil or religious, therefore it is called his pillar, ( 2 Chronicles 23:13 ) ( 2 Kings 23:3 ) ( 2 Chronicles 34:1 ) , some think this was the brazen scaffold erected by Solomon, ( 2 Chronicles 6:13 ) , though Vitringa F5 and Bishop Patrick suppose it to be the post of the east gate of the inner court, from ( Ezekiel 46:2 ) , according to Jacob Leo F6, this was the royal throne in the court of the Israelites, near the high or upper gate, on a marble pillar, where the kings of the house of David sat, when they came into the sanctuary to see the Lord in the second temple; this throne was like an high tower, standing upon two pillars, each twenty cubits high, and their circumference twelve; here sat Joash, and Hezekiah, and Josiah; however, Athaliah saw Jehoash with the crown on his head, and in the place where kings used to sit or stand:

and the princes and the trumpeters by the king;
the rulers of the courses of the priests, and the Levites, blowing the trumpets:

and all the people of the land rejoiced, and blew with trumpets;
it is added, in ( 2 Chronicles 23:13 ) that the singers played also on musical instruments; that were then and there assembled:

and Athaliah rent her clothes;
through grief, and as one almost distracted:

and cried, treason, treason!
to try if she could get any to take her part, and seize on the new king, and those that set him up.


FOOTNOTES:

F5 Proleghom. de Synagog. Vet. c. 4. p. 32.
F6 Apud Wagenseil. Sotah, p. 680.

2 Koningen 11:14 In-Context

12 Daarna bracht hij des konings zoon voor, en zette hem de kroon op, en gaf hem de getuigenis; en zij maakten hem koning, en zalfden hem; daartoe klapten zij met de handen, en zeiden: De koning leve!
13 Toen Athalia hoorde de stem der trawanten en des volks, zo kwam zij tot het volk in het huis des HEEREN.
14 En zij zag toe, en ziet, de koning stond bij den pilaar, naar de wijze, en de oversten en de trompetten bij den koning; en al het volk des lands was blijde, en blies met trompetten. Toen verscheurde Athalia haar klederen, en zij riep: Verraad, verraad!
15 Maar de priester Jojada gebood aan de oversten van honderd, die over het heir gesteld waren, en zeide tot hen: Brengt haar uit tot buiten de ordeningen, en doodt, wie haar volgt, met het zwaard; want de priester had gezegd: Laat ze in het huis des HEEREN niet gedood worden.
16 En zij legden de handen aan haar; en zij ging den weg van den ingang der paarden naar het huis des konings, en zij werd daar gedood.
The Dutch Staten Vertaling translation is in the public domain.