Ezechiël 33:32

32 En ziet, gij zijt hun als een lied der minnen, als een, die schoon van stem is, of die wel speelt; daarom horen zij uw woorden, maar zij doen ze niet.

Ezechiël 33:32 Meaning and Commentary

Ezekiel 33:32

And, lo, thou art unto them as a very lovely song of one that
hath a pleasant voice
Whose voice, and the music of it, are regarded, and not the matter of the song, but the manner in which it is sung; so these people did not so much attend to what the prophet said as the manner of his delivery; they were delighted with the harmony of his voice, the eloquence of his speech, the propriety of his expressions, the eloquence and aptness of his diction, and the cadency of his words, and not with the excellent doctrines he delivered; they were affected and pleased no otherwise than if they had been at a concert of music; or had been entertained by one that understood not only vocal music, but could "play well on an instrument" at the same time, and make both agree together; which yields much pleasure to lovers of music. The Gospel is a lovely song indeed; "a song of loves" {o}, as it may be rendered; of the love of God, and of the love of Christ; and the voice of a Gospel minister is a pleasant charming voice to those that understand it, but to others it is a voice, and nothing else; they may be delighted with his accents, but not with his matter: for they hear thy words, but they do them not; which is repeated, that it might be observed.


FOOTNOTES:

F15 (Mybge ryvk) "sicut canticum astorum", Vatablus.

Ezechiël 33:32 In-Context

30 En gij, o mensenkind! de kinderen uws volks spreken steeds van u bij de wanden en in de deuren der huizen; en de een spreekt met den ander, een iegelijk met zijn broeder, zeggende: Komt toch en hoort, wat het woord zij, dat van den HEERE voortkomt.
31 En zij komen tot u, gelijk het volk pleegt te komen, en zitten voor uw aangezicht als Mijn volk, en horen uw woorden, maar zij doen ze niet; want zij maken liefkozingen met hun mond, maar hun hart wandelt hun gierigheid na.
32 En ziet, gij zijt hun als een lied der minnen, als een, die schoon van stem is, of die wel speelt; daarom horen zij uw woorden, maar zij doen ze niet.
33 Maar als dat komt (zie, het zal komen!) dan zullen zij weten, dat er een profeet in het midden van hen geweest is.
The Dutch Staten Vertaling translation is in the public domain.