31
En Mozes, en Eleazar, de priester, deden, gelijk als de HEERE Mozes geboden had.
32
De buit nu, het overschot van den roof, dat het krijgsvolk geroofd had, was zeshonderd vijf en zeventig duizend schapen;
33
En twee en zeventig duizend runderen;
34
En een en zestig duizend ezelen;
35
En der mensen zielen, uit de vrouwen, die geen bijligging des mans bekend hadden, alle zielen waren twee en dertig duizend.