Richtere 6:19

19 En Gideon ging in, en bereidde een geitenbokje, en ongezuurde koeken van een efa meels; het vlees legde hij in een korf, en het sop deed hij in een pot; en hij bracht het tot Hem uit, tot onder den eik, en zette het nader.

Richtere 6:19 Meaning and Commentary

Judges 6:19

And Gideon went in
Into his own house, or his father's:

and made ready a kid;
boiled it, as appears by the broth he brought, at least part of it was so dressed; and perhaps it was only some part of one that he brought, since a whole one was too much to be set before one person, and if even he himself intended to eat with him:

and unleavened cakes of an ephah of flour;
that is, probably those were made out of an ephah of flour; not that the whole ephah was made into cakes; since an omer, the tenth part of an ephah, was sufficient for one man a whole day; and, according to the computation of Waserus F14 an ephah was enough for forty five men for a whole day; unless it can be thought that this was done to show his great hospitality to a stranger, and the great respect he had for him as a messenger of God: the rather unleavened cakes were brought, because of dispatch, being soon made. Jarchi says, from hence it may be learned that it was now the time of the passover, and of waving the sheaf; but this is no sufficient proof of it; besides, if this was new wheat Gideon had been threshing, it shows it to be about the wheat harvest, which was not till Pentecost; it was the barley harvest that began at the passover:

the flesh he put in a basket;
the flesh of the kid which was boiled, or if any part of it was dressed another way, it was put by itself in a basket for more easy and commodious carriage:

and he put the broth in a pot;
a brazen pot, as Kimchi interprets it, in which the kid was boiled; and this, as he says, was the water it was boiled in:

and brought it out unto him under the oak;
where he appeared, and was now waiting the return of Gideon there:

and presented it;
set it before him, perhaps upon a table, which might be brought by his servants, or on a seat, which was placed under the oak to sit upon under its shade for pleasure.


FOOTNOTES:

F14 De Antiqu. mensuris Heb. l. 2. c. 5. sect. 9.

Richtere 6:19 In-Context

17 En hij zeide tot Hem: Indien ik nu genade gevonden heb in Uw ogen, zo doe mij een teken, dat Gij het zijt, Die met mij spreekt.
18 Wijk toch niet van hier, totdat ik tot U kome, en mijn geschenk uitbrenge, en U voorzette. En Hij zeide: Ik zal blijven, totdat gij wederkomt.
19 En Gideon ging in, en bereidde een geitenbokje, en ongezuurde koeken van een efa meels; het vlees legde hij in een korf, en het sop deed hij in een pot; en hij bracht het tot Hem uit, tot onder den eik, en zette het nader.
20 Doch de Engel Gods zeide tot hem: Neem het vlees en de ongezuurde koeken, en leg ze op dien rotssteen, en giet het sop uit; en hij deed alzo.
21 En de Engel des HEEREN stak het uiterste van den staf uit, die in Zijn hand was, en roerde het vlees en de ongezuurde koeken aan; toen ging er vuur op uit de rots, en verteerde het vlees en de ongezuurde koeken. En de Engel des HEEREN bekwam uit zijn ogen.
The Dutch Staten Vertaling translation is in the public domain.