Check out the NEW BibleStudyTools.com here!

Spreuken 27 SVV/NIV - Online Parallel Bible

 
  Search
Statenvertaling (Dutch) (SVV) New International Version (NIV)
1 Beroem u niet over den dag van morgen; want gij weet niet, wat de dag zal baren. 1 Do not boast about tomorrow, for you do not know what a day may bring forth.
2 Laat u een vreemde prijzen, en niet uw mond; een onbekende, en niet uw lippen. 2 Let another praise you, and not your own mouth; someone else, and not your own lips.
3 Een steen is zwaar, en het zand gewichtig; maar de toornigheid des dwazen is zwaarder dan die beide. 3 Stone is heavy and sand a burden, but provocation by a fool is heavier than both.
4 Grimmigheid en overloping van toorn is wreedheid; maar wie zal voor nijdigheid bestaan? 4 Anger is cruel and fury overwhelming, but who can stand before jealousy?
5 Openbare bestraffing is beter dan verborgene liefde. 5 Better is open rebuke than hidden love.
6 De wonden des liefhebbers zijn getrouw; maar de kussingen des haters zijn af te bidden. 6 Wounds from a friend can be trusted, but an enemy multiplies kisses.
7 Een verzadigde ziel vertreedt het honigzeem; maar aan een hongerige ziel is alle bitter zoet. 7 He who is full loathes honey, but to the hungry even what is bitter tastes sweet.
8 Gelijk een vogel is, die uit zijn nest omdoolt, alzo is een man, die omdoolt uit zijn plaats. 8 Like a bird that strays from its nest is a man who strays from his home.
9 Olie en reukwerk verblijdt het hart; alzo is de zoetigheid van iemands vriend, vanwege den raad der ziel. 9 Perfume and incense bring joy to the heart, and the pleasantness of one's friend springs from his earnest counsel.
10 Verlaat uw vriend, noch den vriend uws vaders niet; en ga ten huize uws broeders niet op den dag van uw tegenspoed. Beter is een gebuur die nabij is, dan een broeder, die verre is. 10 Do not forsake your friend and the friend of your father, and do not go to your brother's house when disaster strikes you-- better a neighbor nearby than a brother far away.
11 Zijt wijs, mijn zoon, en verblijd mijn hart; opdat ik mijn smader wat te antwoorden heb. 11 Be wise, my son, and bring joy to my heart; then I can answer anyone who treats me with contempt.
12 De kloekzinnige ziet het kwaad, en verbergt zich; de slechten gaan henen door, en worden gestraft. 12 The prudent see danger and take refuge, but the simple keep going and suffer for it.
13 Als iemand voor een vreemde borg geworden is, neem zijn kleed, en pand hem voor een onbekende vrouw. 13 Take the garment of one who puts up security for a stranger; hold it in pledge if he does it for a wayward woman.
14 Die zijn vriend zegent met luider stem, zich des morgens vroeg opmakende, het zal hem tot een vloek gerekend worden. 14 If a man loudly blesses his neighbor early in the morning, it will be taken as a curse.
15 Een gedurige druiping ten dage des slagregens en een kijfachtige huisvrouw zijn even gelijk. 15 A quarrelsome wife is like a constant dripping on a rainy day;
16 Elkeen, die haar verbergt, zou den wind verbergen, en de olie zijner rechterhand, die roept. 16 restraining her is like restraining the wind or grasping oil with the hand.
17 Ijzer scherpt men met ijzer; alzo scherpt een man het aangezicht zijns naasten. 17 As iron sharpens iron, so one man sharpens another.
18 Die den vijgeboom bewaart, zal zijn vrucht eten; en die zijn heer waarneemt, zal geeerd worden. 18 He who tends a fig tree will eat its fruit, and he who looks after his master will be honored.
19 Gelijk in het water het aangezicht is tegen het aangezicht, alzo is des mensen hart tegen den mens. 19 As water reflects a face, so a man's heart reflects the man.
20 De hel en het verderf worden niet verzadigd; alzo worden de ogen des mensen niet verzadigd. 20 Death and Destruction are never satisfied, and neither are the eyes of man.
21 De smeltkroes is voor het zilver, en de oven voor het goud; alzo is een man naar zijn lof te proeven. 21 The crucible for silver and the furnace for gold, but man is tested by the praise he receives.
22 Al stiet gij den dwaas in een mortier met een stamper, in het midden van het gestoten graan, zijn dwaasheid zou van hem niet afwijken. 22 Though you grind a fool in a mortar, grinding him like grain with a pestle, you will not remove his folly from him.
23 Zijt naarstig, om het aangezicht uwer schapen te kennen; zet uw hart op de kudden. 23 Be sure you know the condition of your flocks, give careful attention to your herds;
24 Want de schat is niet tot in eeuwigheid; of zal de kroon van geslacht tot geslacht zijn? 24 for riches do not endure forever, and a crown is not secure for all generations.
25 Als het gras zich openbaart, en de grasscheuten gezien worden, laat de kruiden der bergen verzameld worden. 25 When the hay is removed and new growth appears and the grass from the hills is gathered in,
26 De lammeren zullen zijn tot uw kleding, en de bokken de prijs des velds. 26 the lambs will provide you with clothing, and the goats with the price of a field.
27 Daartoe zult gij genoegzaamheid van geitenmelk hebben tot uw spijze, tot spijze van uw huis, en leeftocht uwer maagden. 27 You will have plenty of goats' milk to feed you and your family and to nourish your servant girls.