Parallel Bible results for "markus 1:21-34"

Change Translation

Loading...
  • Recent Translations
  • All Translations

Change Translation

Loading...
  • Recent Translations
  • All Translations

Markus 1:21-34

SVV

NIV

21 En zij kwamen binnen Kapernaum; en terstond op den sabbatdag in de synagoge gegaan zijnde, leerde Hij.
21 They went to Capernaum, and when the Sabbath came, Jesus went into the synagogue and began to teach.
22 En zij versloegen zich over Zijn leer; want Hij leerde hen, als machthebbende, en niet als de Schriftgeleerden.
22 The people were amazed at his teaching, because he taught them as one who had authority, not as the teachers of the law.
23 En er was in hun synagoge een mens, met een onreinen geest, en hij riep uit,
23 Just then a man in their synagogue who was possessed by an impure spirit cried out,
24 Zeggende: Laat af, wat hebben wij met U te doen, Gij Jezus Nazarener, zijt Gij gekomen om ons te verderven? Ik ken U, wie Gij zijt, namelijk de Heilige Gods.
24 “What do you want with us, Jesus of Nazareth? Have you come to destroy us? I know who you are—the Holy One of God!”
25 En Jezus bestrafte hem, zeggende: Zwijg stil, en ga uit van hem.
25 “Be quiet!” said Jesus sternly. “Come out of him!”
26 En de onreine geest, hem scheurende, en roepende met een grote stem, ging uit van hem.
26 The impure spirit shook the man violently and came out of him with a shriek.
27 En zij werden allen verbaasd, zodat zij onder elkander vraagden, zeggende: Wat is dit? Wat nieuwe leer is deze, dat Hij met macht ook den onreine geesten gebiedt, en zij Hem gehoorzaam zijn!
27 The people were all so amazed that they asked each other, “What is this? A new teaching—and with authority! He even gives orders to impure spirits and they obey him.”
28 En Zijn gerucht ging terstond uit, in het gehele omliggende land van Galilea.
28 News about him spread quickly over the whole region of Galilee.
29 En van stonde aan uit de synagoge gegaan zijnde, kwamen zij in het huis van Simon en Andreas, met Jakobus en Johannes.
29 As soon as they left the synagogue, they went with James and John to the home of Simon and Andrew.
30 En Simons vrouws moeder lag met de koorts; en terstond zeiden zij Hem van haar.
30 Simon’s mother-in-law was in bed with a fever, and they immediately told Jesus about her.
31 En Hij, tot haar gaande, vatte haar hand, en richtte haar op; en terstond verliet haar de koorts, en zij diende henlieden.
31 So he went to her, took her hand and helped her up. The fever left her and she began to wait on them.
32 Als het nu avond geworden was, toen de zon onderging, brachten zij tot Hem allen, die kwalijk gesteld, en van den duivel bezeten waren.
32 That evening after sunset the people brought to Jesus all the sick and demon-possessed.
33 En de gehele stad was bijeenvergaderd omtrent de deur.
33 The whole town gathered at the door,
34 En Hij genas er velen, die door verscheidene ziekten kwalijk gesteld waren; en wierp vele duivelen uit, en liet de duivelen niet toe te spreken, omdat zij Hem kenden.
34 and Jesus healed many who had various diseases. He also drove out many demons, but he would not let the demons speak because they knew who he was.
The Dutch Staten Vertaling translation is in the public domain.
Scripture quoted by permission.  Quotations designated (NIV) are from THE HOLY BIBLE: NEW INTERNATIONAL VERSION®.  NIV®.  Copyright © 1973, 1978, 1984, 2011 by Biblica.  All rights reserved worldwide.