25
Ziet, hij was de heerlijkste van die dertig; nochtans kwam hij tot aan de drie niet. En David stelde hem over zijn trawanten.
26
De helden nu der heiren waren: Asahel, de broeder van Joab; Elhanan, de zoon van Dodo, van Bethlehem;
27
Sammoth, de Harodiet; Helez, de Peloniet;
28
Ira, de zoon van Ikkes, de Thekoiet; Abiezer, de Anathothiet;
29
Sibbechai, de Husathiet; Ilai, de Ahohiet;