33
Uit Zebulon, uitgaande in het heir, toegerust ten strijde met alle krijgswapenen, vijftig duizend; en om een slagorde te houden met een onwankelbaar hart;
34
En uit Nafthali, duizend oversten, en bij hen met rondas en spies, zeven en dertig duizend.
35
En uit de Danieten, ten strijde toegerust, acht en twintig duizend en zeshonderd;
36
En uit Aser, uitgaande in het heir, om krijgsorde te houden, waren veertig duizend;
37
En van gene zijde van de Jordaan, van de Rubenieten, en Gadieten, en den halven stam van Manasse, met allerlei krijgsgereedschap ten oorlog, honderd en twintigduizend.