6
Maar Benaja en Jahaziel, de priesters, steeds met trompetten voor de ark des verbonds van God.
7
Te dienzelven dage gaf David ten eerste dezen psalm, om den HEERE te loven, door den dienst van Asaf, en zijn broederen.
8
Looft den HEERE, roept Zijn Naam aan, maakt Zijn daden bekend onder de volken.
9
Zingt Hem, psalmzingt Hem, spreekt aandachtelijk van al Zijn wonderwerken.
10
Roemt u in den Naam Zijner heiligheid; dat zich het hart dergenen, die den HEERE zoeken, verblijde.