3
De vijfde Sefatja, van Abital; de zesde Jithream, van zijn huisvrouw Egla.
4
Zes zijn hem te Hebron geboren; want hij regeerde daar zeven jaren en zes maanden; en drie en dertig jaren regeerde hij te Jeruzalem.
5
Dezen nu zijn hem te Jeruzalem geboren: Simea, en Sobab, en Nathan, en Salomo; deze vier zijn van Bath-Sua, de dochter van Ammiel;
6
Daartoe Jibchar, en Elisama, en Elifelet,
7
En Nogah, en Nefeg, en Jafia,