2 Samuël 3:7

7 Saul nu had een bijwijf gehad, welker naam was Rizpa, dochter van Aja; en Isboseth zeide tot Abner: Waarom zijt gij ingegaan tot mijns vaders bijwijf?

2 Samuël 3:7 Meaning and Commentary

2 Samuel 3:7

And Saul had a concubine, whose name [was] Rizpah, the daughter
of Aiah
By whom he had two sons, ( 2 Samuel 21:8 ) . Josephus F1 calls her father's name Sibathus:

and [Ishbosheth] said to Abner;
though the word "Ishbosheth" is not in the text, it is rightly supplied; for no other can be supposed to speak:

wherefore hast thou gone in unto my father's concubine?
and defiled her; though perhaps it was not so much the act of uncleanness that so much offended him, or the dishonour reflected on him and his family thereby, as it discovered an ambitious view in Abner to get the kingdom into his own hands, to which this was the leading step; see ( 1 Kings 2:22 ) . Whether Abner was really guilty of this sin or no is not easy to determine; though, by his not absolutely denying it, it looks as if it was not merely a jealousy of Ishbosheth, or a false report made unto him; though, especially if he was not fully satisfied of it, it would have been his wisdom to have said nothing of it to him, since his continuance on the throne so much depended on him.


FOOTNOTES:

F1 Antiqu. l. 7. c. 1. sect. 4.

2 Samuël 3:7 In-Context

5 En de zesde, Jithream, van Egla, Davids huisvrouw. Dezen zijn David geboren te Hebron.
6 Terwijl die krijg was tussen het huis van Saul, en tussen het huis van David, zo geschiedde het, dat Abner zich sterkte in het huis van Saul.
7 Saul nu had een bijwijf gehad, welker naam was Rizpa, dochter van Aja; en Isboseth zeide tot Abner: Waarom zijt gij ingegaan tot mijns vaders bijwijf?
8 Toen ontstak Abner zeer over Isboseths woorden, en zeide: Ben ik dan een hondskop, ik, die tegen Juda, aan het huis van Saul, uw vader, aan zijn broederen en aan zijn vrienden, heden weldadigheid doe, en u niet overgeleverd heb in Davids hand, dat gij heden aan mij onderzoekt de ongerechtigheid ener vrouw?
9 God doe Abner zo, en doe hem zo daartoe! Voorzeker, gelijk als de HEERE aan David gezworen heeft, dat ik even alzo aan hem zal doen.
The Dutch Staten Vertaling translation is in the public domain.