24
En van de zangers: Eljasib; en van de poortiers: Sallum, en Telem, en Uri.
25
En van Israel: van de kinderen van Paros: Ramja, en Jezia, en Malchia, en Mijamim, en Eleazar, en Malchia, en Benaja.
26
En van de kinderen van Elam: Mattanja, Zacharja, en Jehiel, en Abdi, en Jeremoth, en Elia.
27
En van de kinderen van Zatthu: Eljoenai, Eljasib, Mattanja, en Jeremoth, en Zabad, Aziza.
28
En van de kinderen van Bebai: Johanan, Hananja, Sabbai, en Athlai.