4
En met ulieden zullen zijn van elken stam een man, die een hoofdman is over het huis zijner vaderen.
5
Deze zijn nu de namen der mannen, die bij u staan zullen: van Ruben, Elizur, de zoon van Sedeur.
6
Van Simeon, Selumiel, de zoon van Zurisaddai.
7
Van Juda, Nahesson, de zoon van Amminadab.
8
Van Issaschar, Nethaneel, de zoon van Zuar.