4
Als Mozes dit hoorde, zo viel hij op zijn aangezicht.
5
En hij sprak tot Korach, en tot zijn ganse vergadering, zeggende: Morgen vroeg dan zal de HEERE bekend maken, wie de Zijne, en de heilige is, dien Hij tot Zich zal doen naderen; en wien Hij verkoren zal hebben, dien zal Hij tot Zich doen naderen.
6
Doet dit: neemt u wierookvaten, Korach en zijn ganse vergadering;
7
En doet morgen vuur daarin, legt reukwerk daarop voor het aangezicht des HEEREN; en het zal geschieden, dat de man, dien de HEERE verkiezen zal, die zal heilig zijn. Het is te veel voor u, gij, kinderen van Levi!
8
Voorts zeide Mozes tot Korach: Hoort toch, gij, kinderen van Levi!