4
En de HEERE sprak tot Mozes, zeggende:
5
Neem ze van hen, opdat zij zijn mogen om te bedienen den dienst van de tent der samenkomst; en gij zult dezelve den Levieten geven, een ieder naar zijn dienst.
6
Alzo nam Mozes die wagens, en die runderen, en gaf dezelve den Levieten.
7
Twee wagens en vier runderen gaf hij den zonen van Gerson, naar hun dienst;
8
En vier wagens en acht runderen gaf hij den zonen van Merari, naar hun dienst; onder de hand van Ithamar, den zoon van Aaron, den priester.