7
En de kinderen van Javan waren Elisa en Tharsisa, de Chittieten en Dodanieten.
8
De kinderen van Cham waren Cusch en Mitsraim, Put, en Kanaan.
9
En de kinderen van Cusch waren Seba, en Havila, en Sabta, en Raema, en Sabtecha; en de kinderen van Raema waren Scheba en Dedan.
10
Cusch nu gewon Nimrod; die begon geweldig te zijn op aarde.
11
En Mitsraim gewon de Ludieten, en de Anamieten, en de Lehabieten, en de Naftuchieten,