5
De kinderen van Jafeth waren Gomer, en Magog, en Madai, en Javan, en Tubal, en Mesech, en Tiras.
6
En de kinderen van Gomer waren Askenaz, en Difath, en Thogarma.
7
En de kinderen van Javan waren Elisa en Tharsisa, de Chittieten en Dodanieten.
8
De kinderen van Cham waren Cusch en Mitsraim, Put, en Kanaan.
9
En de kinderen van Cusch waren Seba, en Havila, en Sabta, en Raema, en Sabtecha; en de kinderen van Raema waren Scheba en Dedan.