3
Het hoofd was Ahiezer, en Joas, zonen van Semaa, den Gibeathiet; daarna Jeziel en Pelet, zonen van Azmaveth, en Beracha, en Jehu, de Anathothiet.
4
En Jismaja, de Gibeoniet, was een held onder de dertig, en over dertig gesteld; en Jirmeja, en Jahaziel, en Johanan, en Jozabad, de Gederathiet;
5
Eluzai, en Jerimoth, en Bealja, en Semarja, en Sefatja, de Harufiet;
6
Elkana, en Jissia, en Azareel, en Joezer, en Jasobam, de Korahieten;
7
En Joela en Zebadja, de zonen van Jeroham, van Gedor.