4
En Jismaja, de Gibeoniet, was een held onder de dertig, en over dertig gesteld; en Jirmeja, en Jahaziel, en Johanan, en Jozabad, de Gederathiet;
5
Eluzai, en Jerimoth, en Bealja, en Semarja, en Sefatja, de Harufiet;
6
Elkana, en Jissia, en Azareel, en Joezer, en Jasobam, de Korahieten;
7
En Joela en Zebadja, de zonen van Jeroham, van Gedor.
8
Ook scheidden zich van de Gadieten af tot David, in die vesting naar de woestijn, kloeke helden, krijgslieden ten oorlog, toegerust met rondas en schild; en hun aangezichten waren aangezichten der leeuwen; en zij waren als de reeen op de bergen in snelheid.