2 Samuël 11:6

6 Toen zond David tot Joab, zeggende: Zend Uria, den Hethiet, tot mij. En Joab zond Uria tot David.

2 Samuël 11:6 Meaning and Commentary

2 Samuel 11:6

And David sent to Joab
Who was with the army besieging Rabbah, which, according to Bunting F11, was sixty four miles from Jerusalem:

[saying], send me Uriah the Hittite;
the scheme David had contrived in his mind was to get Uriah home to his wife for a few days, that it might be thought the child she had conceived was his, whereby the sin of David, and her own, might be concealed:

and Joab sent Uriah to David;
not knowing his business, and besides it was his duty to obey his command.


FOOTNOTES:

F11 Travels p. 146.

2 Samuël 11:6 In-Context

4 Toen zond David boden henen, en liet haar halen. En als zij tot hem ingekomen was, lag hij bij haar, (zij nu had zich van haar onreinigheid gezuiverd), daarna keerde zij weder naar haar huis.
5 En die vrouw werd zwanger; zo zond zij henen, en liet David weten, en zeide: Ik ben zwanger geworden.
6 Toen zond David tot Joab, zeggende: Zend Uria, den Hethiet, tot mij. En Joab zond Uria tot David.
7 Als nu Uria tot hem kwam, zo vraagde David naar den welstand van Joab, en naar den welstand des volks, en naar den welstand des krijgs.
8 Daarna zeide David tot Uria: Ga af naar uw huis, en was uw voeten. En toen Uria uit des konings huis uitging, volgde hem een gerecht des konings achterna.
The Dutch Staten Vertaling translation is in the public domain.