Deuteronomium 31:16

16 En de HEERE zeide tot Mozes: Zie, gij zult slapen met uw vaderen; en dit volk zal opstaan, en nahoereren de goden der vreemden van dat land, waar het naar toe gaat, in het midden van hetzelve; en het zal Mij verlaten en vernietigen Mijn verbond, dat Ik met hetzelve gemaakt heb.

Deuteronomium 31:16 Meaning and Commentary

Deuteronomy 31:16

And the Lord said unto Moses
Out of the pillar of cloud:

behold, thou shalt sleep with thy fathers;
a phrase expressive of death, frequently used both of good and bad men, which serves to render death easy and familiar, and less formidable; and to assure and lead into an expectation of an awaking out of it, or a resurrection from it:

and this people will rise up;
in their posterity; for not till after Joshua's death, and the death of the elders of Israel, did they revolt to idolatry, ( Joshua 24:31 ) ;

and go a whoring after the gods of the strangers of the land, whither
they go [to be] amongst them;
that is, after the gods of the Canaanites, who though at this time the inhabitants of the land, yet when the children of Israel became possessors of it, they were the strangers of it; and being suffered to continue contrary to the directions God had given to destroy them, would be a means of drawing them into the worship of their idols, expressed here by going a whoring after them, or committing whoredom with them. Idolatry in Scripture is frequently signified by fornication and adultery; and, as foretold, this was the case; see ( Psalms 106:35-39 ) ;

and will forsake me:
their husband, departing from his worship and service:

and break my covenant which I have made with them at Sinai;
and now again in the plains of Moab, and which had the nature of a matrimonial contract; see ( Jeremiah 31:32 ) .

Deuteronomium 31:16 In-Context

14 En de HEERE zeide tot Mozes: Zie, uw dagen zijn genaderd, om te sterven; roep Jozua, en stelt ulieden in de tent der samenkomst, dat Ik hem bevel geve. Zo ging Mozes, en Jozua, en zij stelden zich in de tent der samenkomst.
15 Toen verscheen de HEERE in de tent, in de wolkkolom; en de wolkkolom stond boven de deur der tent.
16 En de HEERE zeide tot Mozes: Zie, gij zult slapen met uw vaderen; en dit volk zal opstaan, en nahoereren de goden der vreemden van dat land, waar het naar toe gaat, in het midden van hetzelve; en het zal Mij verlaten en vernietigen Mijn verbond, dat Ik met hetzelve gemaakt heb.
17 Zo zal Mijn toorn te dien dage tegen hetzelve ontsteken, en Ik zal hen verlaten, en Mijn aangezicht van hen verbergen, dat zij ter spijze zijn, en vele kwaden en benauwdheden zullen het treffen; dat het te dien dage zal zeggen: Hebben mij deze kwaden niet getroffen, omdat mijn God in het midden van mij niet is?
18 Ik dan zal Mijn aangezicht te dien dage ganselijk verbergen, om al het kwaad, dat het gedaan heeft; want het heeft zich gewend tot andere goden.
The Dutch Staten Vertaling translation is in the public domain.